| Op een middag begonnen een
bevriend paar en ik de klim vanaf Brülisau. Elke stap die we
deden was een stap naar boven. Na een uur bereikten we bezweet
en met koppen zo rood als een tomaat de eerste |
etappe van de wandeling. “
Ruhsitz”
Hier konden we weer bijkomen met een drankje en een prachtig
uitzicht op Appenzell en Brülisau.
De Hohe Kasten was ook duidelijk te zien en de Säntis lag tussen
een wolkje verstopt.
Toen ons bloed weer rustiger
voort kabbelde gingen we verder. |

Zicht op
Brülisau en Appenzell |
| Nu ging het bijna allemaal
recht toe en recht aan. Waar we ook keken, overal zijn
bergspitsen, weiden, koeien en eenzaam gelegen alpenhutten. Een
prachtig beeld. |
|

Alphütte |
Voor het “Plattenbödeli”
bereikt was, keken we neer op een kappelletje.
Omdat we nog vroeg genoeg
waren maakten we op het Plattenbödeli op 1279 M nog een pauze. |
| Dan ging het een stuk naar
beneden naar de Sämtischersee. In de verte stond de alphut waar
we zouden overnachten . Over weiden tussen de koeien door ging
de weg verder. Eindelijk was ons doel bereikt. |
| De huttewaardin en haar man
verwelkomde ons erg vriendelijk. Drankjes werden buiten
geserveerd. Hier wachten wij op andere vrienden die nog moesten
komen, en een andere weg genomen hadden. |
|
Ook
vreemden kwamen om hier de nacht te door te brengen. Tenslotte
arriveerde ook onze vrienden.
Het
avondeten “Chäsmagronen” werd ook buiten geserveerd. Dat is
macaroni met aardappels, kaas en gebakken uien.
Koeien stonden er naast en
keken nieuwsgierig naar onze boorden, als of ze ook iets van ons
eten wilden hebben. |

Avondeten - "Chäsmagronen" |
Later liet de Hutmoeder ons
de slaapplaatsen zien. De bovenkamers lagen vol met matrassen.
Wij drie zouden op de grond boven de koeienstal slapen. Hier
lagen zestien matrassen. |
|
 |
Wij namen de plaatsen naast
het raam in beslag. Nog twee Duitsers zouden hier komen slapen.
De avond werd erg gezellig. We
zongen, dronken en praten met elkaar. Maar iedereen was toch moe
geworden van het wandelen,
Dus ook wij, de laatste die nog op waren gingen naar bed. |
| Ik was blij niet in de hut
te moeten slapen. Daar waren de kamers overvol. In de nacht
begon het hevig te regenen. Mijn buren snurkten en het stonk
naar koeienpoep. Ik had amper kunnen slapen. |
| In de morgen waste ik mijn
gezicht in de koude bron voor de stal. Dan gingen we naar de
hut, waar de eersten al koffie hadden. Wij werden verwend met
een goed ontbijt dat uit vers gebakken brood bestond.
Huisgemaakte jam, boter kaas en yogurt. |
|

Brüelbeek |
Voor de middag vertrokken we
weer. De weg was modderig geworden. Op het Plattenbödeli maakten
we nog een pauze. Dan ging het naar beneden.
Een deel van de weg loopt
langs de Brüelbeek, waar na de regen in de nacht het water met
geweld de berg af donderde. Het ging nog lang verder naar
beneden. |
|
 |
Eindelijk kwamen we weer in
de bewoonde wereld. Iedereen verlangde naar huis om onder de douche te gaan om
de stank van het buitenleven af te wassen en schone kleren aan
doen. |
 |
|
Maar het was
mooi geweest de natuur “live” te beleven |
|