| Homepage |
Lugano |
|
|
|
||
|
|
||
| Dankzij een paar opgespaarde
dagen, kon ik het me veroorloven om er een paar dagen op uit te
trekken. Vroeg in de ochtend stapte ik op de trein in Appenzell om naar
Lugano te rijden. Ik reed door prachtig afwisselende landschappen, waar ik
onderweg een paar keer overstappen moest. Het laatste deel ging door veel
lange tunnels en over hoge bruggen die over diepe afgronden hingen.
Eindelijk kwam ik in Lugano aan. Het station lag een eind boven de stad. Met een tandradbaan kon ik steil naar beneden gaan. Daar aangekomen ging ik naar het verkeersbureau om een hotel te zoeken. Het was nog een eind lopen, voor ik bij het hotel was. Het was een stukje achter het Casino. Ik vroeg naar een kamer en ze hadden er nog maar een vrij voor een nacht. Het was een kamertje zonder douchegelegenheid, maar de volgende morgen kon ik verhuizen. Deze kamer was dan gereserveerd en een betere kamer kwam vrij. Omdat ik niet veel kapitaal wou uitgeven aan slaapgelegenheid, naam ik het aanbod snel aan. Uit het raam keek ik op het binnenplein naar een mooie Magnoliastruik die in volle bloei stond. Ik deed mijn trui uit en deed een T shirt aan, want hier in het zuiden van Zwitserland, is het heel wat warmer als in het noord oosten, waar ik vandaan kwam. Dan ging ik op ontdekkingstour. Ik liep naar het meer, waarin al gezwommen werd. |
|
| treintje van het hoge station naar de stad |
|
|
|
|
aanlegsteiger van de verschillende rondvaartboten |
|
| De
volgende morgen liep ik langs het oever en terug. Daar keek ik bij de
aanlegplaats, wat die aan te bieden hadden. Ik zag, dat over tien minuten een afvaart zou vertrekken. Ik haalde vlug een kaartje en stapte op de boot. |
|
|
Hij ging eerst naar de overkant naar het grote Casino. Naar een paar andere
kleine plaatsjes en langs Melide, waar
het miniatuurstadje staat. Ik ging nog een stukje verder. In Morcote, wat men ook de parel van het meer van Lugano noemt, stapte ik uit. Eerst liep ik een stuk langs het oever. Dan weer terug naar de winkeltjes en restaurants die onder de Arcade lagen. Intussen was het middag geworden. Ik besloot naar de kerk van Santa Maria del Sasso naar boven te klimmen. Ik had een betere tijd kunnen uitzoeken. Het was bloedheet en de weg steeg tussen de nauwe straatjes steil omhoog. Af en toe bleef ik staan om van het prachtige uitzicht op het meer te genieten. Zwetend was ik boven aangekomen en ging vlug de kleine donkere kerk in. Niet omdat ik zo gelovig ben, maar wel. om wat afkoeling te vinden. |
|
| Toen ik weer bijgekomen was, liep ik nog over een kerkhofje om dan weer |
Marcote, de parel van het lago di Lugano |
| naar
beneden te gaan. Dat ging een stuk makkelijker. Onder de arcaden zocht ik
een restaurant waar ik iets ging eten. Dan liep ik nog door een paar nauwe straatjes en langs het meer, voordat ik met een boot terug ging. |
|
|
|
Weer in het hotel aangekomen,
boekte ik meteen een uitstapje naar Val Verzasca, voor de volgende morgen.
Een tachtig jarige dame die uit Duitsland kwam en in het zelfde hotel logeerde, ging ook mee. We liepen samen naar de plaats waar we afgehaald zouden worden. Ook andere mensen stonden daar te wachten. De bus kwam " pünktlich" op tijd. er zaten al veel mensen in. op een andere plaats werden nog meer passagier opgehaald en dan konden we aan de tour beginnen. Het duurde een poosje voordat we Gordola bereikt hadden, waar het doel van onze trip begon. Intussen had de oude dame me een hoop uit haar leven verteld. De weg ging met veel bochten omhoog. bij de geweldige stuwdam hielden we een stop om deze te bekijken. Ik duizelde toen ik in de diepte keek, waar het water groen leek te zijn. |
|
Stuwdam in het Verzasca dal |
|
| We gingen voorbij aan Vorgorno. Een klein dorpje dat uit grijze stenen huisjes bestaat en erg verlaten | |
| scheen te zijn. Maar intussen woonde er een paar
mensen. Verder
ging de weg omhoog, langs de beek met zijn heldere water en watervalletjes.
Ook aan de romantische Romeinse brug, die we op de terugweg zouden bekijken. Toen we boven in Sonogno waren aangekomen, konden we een wandelingetje door de straten maken of iets gaan eten of drinken en een grotto. We gingen allemaal naar de grotto, waar we vlug bediend werden. Het omaatje en ik zaten aan de voorkant op het terras, waar we op de achtergrond de bergen konden zien en er voor de velden, waar de maïs de bodem uitschoot. Wij hadden onze drankjes al vlug gekregen. Nog voor we drinken konden, schrokken we van een geluid dat uit de lucht kwam..... Een helikopter landde direct voor onze neus. Wij moesten alles goed vasthouden om te voorkomen dat alles weg waaide. Ik zei tegen oma dat dit schouwspel bij de prijs was inbegrepen. |
|
| Zij vond het allemaal heel normaal. |
Bergdorp Sonogno |
| Het gebeurde vaak dat in het tehuis waar zij was, een ouwetje met een helikopter gehaald werd om naar het ziekenhuis te vervoeren. Ons werd verteld dat de manschappen naar een dode in bergen moesten zoeken. | |
|
|
Op de terugweg maakten we
een stop bij de Romeinse brug. Eerst keek ik er tegenaan. De twee bogen
zagen er echt romantisch, ouderwets uit. Uit de bergen kwam het water naar beneden gestroomd en suisde spuitend onder de brug door. Ik liep er nu overheen en zag een Indische equipe, die daar aan het filmen was. Waarschijnlijk namen ze een ouderwetse liefdesfilm in een romantische omgeving op. Ik zag de vrouw al voor me. Ze hield beide handen op haar hart en riep: " Nee schat, je mag niet springen. Het water sleept je mee. Je zal verdrinken !!" Hij springt in het water en laat zich door de stroming mee sleuren ( waar hij na een halve meter er weer uit komt, wat niemand te zien krijgt) Zij houdt haar handen in de hoogte en roept:" Ik hou van je, ik hou van je!!" Maar hij is aan het verzuipen. |
|
Romeinse brug in het Verzasca dal |
" Ach, die Bollywood films" |
| De dag daarop ging ik met een schip naar Gandria. Ik genoot van de zon op het dek en het uitzicht op de andere kant | |
|
van het meer, waar ik nog niet geweest was. |
|
| Langzaam aan was de tijd gekomen om naar de boot |
Op weg naar Gandria |
|
|
te gaan. Ik weer naar beneden, waar al mensen stonden te wachten.
Het duurde niet lang voordat de boot kon afmeren. |
|
|
In de middag liep ik door de straten
van Lugano. |
|
|
|
Gandria |
Daar bewonderde ik , afgezien van de bomen en planten, de grote Villa Ciani, dat voor | |
| het Piazza del Concressi stond. | ||
| Ook een bibliotheek en
museum zijn voorhanden. Maar daaraan
ging ik voorbij en plonsde neer op een bankje aan de oever van het meer. Dan wandelde ik weer verder, naar de andere kant van het park en vond eindelijk een uitgang. Die kwam uit op de Piazza Inpedenza, waarachter ook mijn hotel ligt. Tegen de avond liep ik nog eens langs de andere kant van het meer Eenden en zwanen kwamen naderbij in de hoop iets te eten te krijgen. Die avond zat ik nog een laatste keer op de Piazza della Riforma, waar het echt gezellig was. De volgende morgen kocht ik in de winkel achter het hotel een broodje en liep daarmee naar de oever. Eenden en Zwanen kwamen aan gezwommen, alsof ze het brood al geroken hadden. Ik verdeelde het tot alles op was. Dan liep ik naar mijn hotel om mijn tas te pakken. |
|
| Tegen de middag stond ik op het station om naar huis te gaan |
oergezellige Piazza Riforma |
|
|
Joyce |
|
| 189.2006 |