| Homepage |
Seealpsee |
|
|
|
||
|
|
||
| Op een heerlijke zomermorgen werd ik op mijn vrije
dag dag wakker en keek uit mijn raam . Bij het Inademen van de frisse
lucht, kreeg ik het idee, alles te laten liggen en de natuur in te gaan.
Dat deed ik later ook.
Ik haalde mijn rugzakje uit de kast, deed er een fles water en
een appel in |
| omdat die
beter zijn om te fietsen. Nadat ik klaar was haalde ik mijn fiets uit de kelder, die Tot ik in de hoofdstraat kwam. Daar was het in de kijken en heen en weer lopen, zonder op de fietsers te letten. Al jaren is het dorpscentrum autovrij geworden Bij de kerk reed ik de Weissbadstrasse in, waar ik op het eind moest stoppen. |
![]() |
| De spoorbomen waren dicht. |
Appenzell - Hauptgasse |
| Ik moesten wachten tot het Appenzeller treintje aankwam, die in dezelfde
richting als ik, verder zou gaan. ik rustig aan de “Sittar” voorbij ( een beek die uit de bergen komt) die het in de lente erg moeilijk heeft als de sneeuw gaat |
|
|
recht maar liep geleidelijk aan omhoog. Gelukkig had ik de wind mee, zodat het niet te vermoeiend werd. Het Schwendedal op zich is al een heerlijke omgeving.. Kleine kleurrijke boerderijtjes staan verspreidt in de heuvels. Het kleine kerkje van Schwende, dat zo romantisch in deze omgeving past, had ik al achter me. I |
|
Appenzellerbahn
Hoewel de bergen toch nog ver weg zijn, lijken ze
evenals de zwevers, bij dit heldere weer heel dicht bij te zijn. Je zou
bijna denken ze te kunnen grijpen. Wasserauen
lag voor me. De kabelbaan kwam net nar beneden. Een moment dacht ik er
aan met de baan naar boven te gaan en dan van de Ebenalp |
|
| beneden te lopen. ik aan had. Die waren niet stevig genoeg om van een berg af te kunnen lopen. Ik ben geen plattelander die gewetenloos met sandalen of zelfs hoge hakken een berg af lopen. Deze mensen moeten vaak met een helikopter gered worden omdat ze gevallen zijn en hun botten hebben gebroken. ik niet de bergen in.” En zo fietste ik door tot het restaurant “Alpenrose”, waar ik achterom mijn fiets neer zette en het op slot deed. Ebenalpbahn bij Wasserauen. |
|
| Dan nam ik
mijn rugzakje en gooide het over mijn schouder en begon te lopen. |
|
|
|
Maar dan merkte ik toch dat de weg
langzaam steeg. zien waren. van de ene boom naar de andere. Aan de overkant van de beek graasden koeien die een bel om hadden en bij iedere beweging een geluid gaven. Af en toe kon ik het zoemen van een bij horen. Deze geluiden met elkaar gemixt klonken beter dan een symfonie van Beethoven, de Bohamien Rapsodie van Queen of een lied uit mijn kinderjaren; “ Schön ist es auf der Welt zu sein” Ik bleef een moment staan om alles in me op te nemen. Dan liep ik verder. De weg liep nu langzaam naar boven. Dit is een stuk waar geen bomen zijn, die voor een beetje schaduw kunnen zorgen. Intussen was het al behoorlijk warm geworden. |
|
station Wasserauen
Als ik met andere
mensen was zou ik doen alsof ik moest blijven staan
om weer op adem te komen. |
| Ik zei ze ook gedag en ging weer een stukje verder
om dan weer te blijven staan om mijn lichaam weer te voorzien
van zuurstof. Maar voor ik zover ging, liet ik me op het bankje zakken om weer even bij te komen. |
|
|
|
|
|
Seealpsee |
...een smal paadje lopen dat maar kort was.... |
| De hele wandeling was maar een klim van 150 meter
geweest, maar het meeste er van was op
een kort steil pad, zonder schaduw. |
|
|
|
De bergen
spiegelden zich er in alsof ieder de mooiste wou zijn.
Voor mij waren ze
allemaal even mooi. Het mooiste wat je maar kunt zien. Ik liep dichter
naar het meer en zag een paar eenden die in het koude water gevallen
leken te zijn. Ik dacht; “Wat zij kunnen, kan ik ook!” Ik ging aan
de oever zitten en deed mijn schoenen uit om mijn voeten in het water te
baden. Maar lang hield ik
het niet uit want het was ijskoud. In de verte zwom een school vissen,
die steeds dichterbij kwamen. Het waren forellen, die als ze groot zijn
op de borden komen. Ik trok mijn schoenen weer aan en liep rond het
meer. Ik dacht er aan op het terras van het Berggasthaus “ Forelle” iets
kleins te gaan eten. Het was intussen al etenstijd geworden. genomen om hier heen te lopen. |
|
zuivelproducenten op de ebenalpweide |
| Toen ik uitgerust was begon ik aan de terugweg. Nu
nam ik de andere kant van de beek, over de Grosshütte. |
|
|
Alleen een paar luie koeien keken me aan. Dan liep
ik weer door en bleef af en toe staan om terug te kijken en het
prachtige uitzicht op de bergen nog eens te zien. |
|
|
|
Appenzellerland |
|
consumeerde. terug naar Appenzell en dacht dat ik zonder trappen naar beneden zou gaan. Eindelijk had ik het dorp weer bereikt. Massa’s toeristen gingen door de hoofdstraat. Ik moest de fiets aan de hand nemen om er door te komen. Thuis gekomen, deed ik mijn schoenen uit, ging op het balkon ik mijn benen over de balustrade legde. Ik was moe, maar ik dacht; |
| 182.2005 |