Homepage

Vietnam
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 2002

     

     
We waren al tien dagen onderweg. Een paar mensen uit Canada, Australië en ik. We hadden verschillende etappes afgelegd die in Hanoi begonnen was. Nu waren we op weg naar Saigon, wat de volgende bestemming was.

We hadden drie uur vertraging. Hier ging alles verkeerd, omdat het oudjaar was. Laat in de avond landde het vliegtuig. Een gids stond op ons te wachten. Zijn gezicht was onguur, niet zo vriendelijk als alle andere Vietnamezen. Ik dacht, hij kon één van Ali baba's veertig rovers zijn.

Kort voor twaalf uur stond ik in de badkamer om klaar te maken voor het bed. Toen ik er uit kwam, knalde het buiten. Nieuwsgierig keek ik uit het raam en kon het grootste vuurwerk van m'n leven zien. " Happy New Year" midden in februari.
Na een uur was het voorbij en ik ging slapen. Om half negen gingen we de volgende ochtend verder.
Ik vroeg de anderen of ze het vuurwerk gezien hadden. Maar geen van de vier had het nodig gevonden uit hun bed te komen om te kijken.

Ik zei dat ze iets gemist hadden.

Hanoi - Ho Chi Min museum

Als eerste gingen we naar een tempeltje, waar op een heilige nieuwjaarsdag enorm veel mensen gekomen waren om de goden een rookstaafje te offeren. Mensen drongen door de smalle ingang om in het binnenhof te komen waar het altaar stond, om daar

hun staafjes aan te steken. Anderen kwamen er uit. Wij moesten ons ook een weg banen om naar binnen te komen.
Hoewel het altaar onder de vrije hemel stond, heerste er een vreselijke rook op de binnenplaats.
Het duurde niet lang of mijn ogen en keel leken te branden. Ik huilde dikke tranen en kon het niet lang meer uithouden. Ik zocht de "rover" en zei dat ik er uit moest. Hij wees me naar een andere uitgang, waar ik wachten zou.
Het duurde niet lang als ook de anderen hoestend en met tranen in de ogen naar me toe kwamen. We liepen een stuk.
Ons leed was  vergeten toen we trommels en bellen geluid hoorden. We keken in de richting waar het geluid vandaan kwam en zagen een draak en muzikanten op straat dansen.
We renden er heen en de rover moest ons snel na rennen om ons niet kwijt te

Saigon - Den Ngoc Hoang tempel

raken.

Na een poos gingen we de stad in. Daar werden grote luchtballonnen verkocht. Hier schenken de mensen elkaar ballonnen voor het nieuwe jaar. In de andere regio's, kleine sinaasappelboompjes.
Nog steeds werden varken en kippen op motoren getransporteerd om als feestmaal te dienen.

Voor het operagebouw staat een reuzengroot standbeeld van Ho Chi Minh.
Het lijk van het kleine mannetje had ik in het mausoleum van Hanoi gezien.
Na een kort bezoek gingen we naar het oorlogsmuseum.
In de bus vroeg ik of we naar de Cu Chi tunnels konden gaan.
Niemand wou mee. Het was niet bij de reis inbegrepen.
Maar als er twee mensen meer meegingen, kon de rover de trip voor me organiseren.
Een paar vliegtuigen en kanonnen waren voor het museum te zien. In de hallen hingen oorlogsfoto's. Een groot beeld maakte zoveel indruk op me, dat ik tranen in de ogen

kreeg. Een vrouw lag midden in een hoop dode mensen.

Ho Chi Minh memorial - Hanoi

Tussen haar benen lag een baby dat nog met de navelstreng vast zat. Ze waren beiden ook dood........
Ik ging weer naar buiten. Mijn vrienden was ik inmiddels kwijt geraakt. Mijn nieuwsgierigheid dreef me naar een klein gebouwtje. ik ging de trap op en zag een  dun bleek mannetje zitten. Zijn handen hingen in kettingen en de voeten waren onder een stalen buis geklemd. Gelukkig was het mannetje uit was gemaakt, maar op het eerste gezicht had hij er echt uitgezien.

Weer dacht ik er aan de Cu Chi tunnels te willen zien. Toen we elkaar weer gevonden hadden en in de bus zaten, waren we allen nog onder de indruk.
Ik keek mijn mensen smekend aan en vroeg of er toch iemand wou meekomen. De vrouwen dachten er niet aan. Ze hadden genoeg oorlog in het museum gezien.
Tenslotte melde Ron, de Canadees, zich om mee te gaan. Ik kon hem wel kussen, maar deed het niet omdat zijn vrouw het niet goed gevonden zou hebben. We gingen eten. De honger was gekomen, de oorlog vergeten. we maakten grappen en hadden het, zoals op de hele reis, erg gezellig.
Na het eten moesten Ron en ik met een auto verder gaan. de rover ging met ons mee. de anderen gingen naar het hotel om bij het zwembad lui te zijn.
Na een half uur hadden we de stad verlaten en reden nu op een weg met rijstvelden en kleine dorpjes.

Hanoi Oorlogsmuseum

Het duurde nog een uur voor we de tunnels bereikten.
Wij konden een gebouwtje binnengaan, waar een film over de oorlog in dit gebied werd gedraaid. We werden gestoord, omdat er buiten weer trommels en bellen te horen waren. We gaven het op om ons op de film te concentreren; we wilden naar buiten gaan kijken. Weer ging een draak dansend met zijn muzikanten over de weg. De rover had ons gevonden en bracht ons naar een gids die in deze omgeving bekend was.
Eerst zagen we een paar kanonnen waar we gauw aan voorbij gingen. Dan bleef de gids staan. hij wees naar de grond waar volgens mij niets meer te zien was , dan een stuk grond in een bos.
Hij bukte zich, trok een stuk aarde er uit en verdween in een gat.
Dan kwam hij wee naar boven en het legde het stuk bodem weer neer.
Ik zocht sceptisch naar sporen van een gat, maar niets was te zien.

We gingen verder. De gids liet ons wapens zien die uit bamboe gemaakt

omgeving van Saigon

werden. Maar als je zo een ding in de aarde stapte, bleef van je been of stuk lichaam niet veel meer over. Daarna liet hij het lazaret zien. Vroeger was het onder de grond geweest. Nu was het van de grond ontdaan en er een dak overheen gebouwd. Met primitieve middelen hadden ze hier geprobeerd hun gewonden te redden
Dan gingen we eindelijk de tunnel in. We moesten gebukt gaan, maar er was een lampje aan. Het was niet zo indrukwekkend. De volgende tunnel was anders. Hij was veel smaller en pikdonker. Ron, die achter mij aan kwam omdat hij wilde filmen, moest al snel in zijn achteruit terug.
Hoewel hij niet dik was paste hij niet meer in de tunnel. alleen kroop ik op handen en voeten verder. De lucht werd dunner. Het werd steeds smaller. Hoewel ik klein en dun ben, moest ik er bijna liggend doorheen kruipen. Ik was doodmoe. Ik kreeg bijna geen lucht meer. Ik was alleen onder de aarde en hijgde als een patiënt met

gids bij Cu Chi tunnelcomplex

een zware astma aanval.
Mijn hart begon te razen. Ik dacht, de dood staat me op te wachten.
Ik kon het me niet voorstellen, dat vroeger hier de mensen moesten leven.
Mijn bewegingen werden langzamer en ik had geen

 idee hoever ik nog moest gaan, om uit mijn lijden verlost te worden. Toen ik op de grond wilde blijven liggen om te rusten, hoorde ik mijn gids, die ergens voor me was. Hij riep me toe dat ik langzaam verder moest gaan.
Toen hij mijn hand bereiken kon zei hij dat hier een luchtgat was. Ik moest daar blijven liggen. Ik zag boven me een klein gaatje waar licht door kwam.
Ik bleef onbeweeglijk en probeerde dat beetje lucht dat van boven kwam, in mijn longen te krijgen. Langzaam aan kreeg ik weer het gevoel op aarde te zijn. de gids was weer weg. Ik dacht dat hij alleen maar een fata morgana geweest was.
Langzaam kroop ik verder.
De  tunnel werd iets breder. ik kon mijn ellebogen weer een beetje uitslaan. het
was nog steeds donker en de lucht spaarzaam aanwezig.

Mijn spieren gaven bijna de geest van het kruipen en ik wist nog steeds niet

een ingang van de Cu Chi tunnels

hoever het naar het einde was. Opeens merkte ik dat er meer lucht kwam. Ik haalde diep adem en kroop verder. Eindelijk zag ik licht binnen komen. Het einde kon niet ver meer zijn. Nog steeds op handen en voeten kruipend, ging ik naar het einde van mijn ellende toe. Een gat was boven me te zien. Licht en lucht kwamen binnen.
Totaal kapot liet ik me op de grond vallen en bleef een moment liggen. Dan keek ik naar boven, waar twee koppen over het gat keken. Ron en de gids. Toen ik weer op m'n benen stond, wees de gids op de gaten in de wand, waar ik naar boven klimmen kon. Mijn benen deden het niet meer zo goed en de armen waren ook overwerkt.

Toch kreeg ik het voor elkaar naar boven te klimmen. Daar aangekomen voelde ik me totaal kapot.  Mijn gezicht moest knalrood zijn en het zweet droop van mijn lichaam. Ron zei dat ik er uit zag alsof ik hard gewerkt had. Ik zei dat het ook zo was. Met knikkende knieën ging ik de mannen achterna. Ik kon onder een dunne waterstraal mijn handen en knieën wassen.
Dan liepen we naar de keuken, die ook in de openlucht was. We kregen eten, dat ze in de oorlogsjaren ook gegeten hadden. een gekookte wortel die je in de zout of suiker dippen kon. Daarbij werd groene thee geserveerd. Hoewel ik geen theetante ben, liet ik nog een paar keer bijschenken. Toen we moesten opstaan, had ik moeite om mijn benen te bewegen.
We gingen naar de uitgang. Daar konden we wijn proberen. De cobra in de fles hield me er van af een proefje te nemen.
We stapten weer in de auto om naar het hotel te gaan. Toen ik op de vierde verdieping naar het zwembad ging, sidderden mijn benen nog steeds. ik had nog dagen lang spierpijn. Ron had de   anderen al van onze tour verteld.
Ik ging op een bed zitten en liet de zon op me schijnen.

Flesje "cobra"wijn

Dan sloot ik de ogen en dacht aan de dagen terug.
Aan de hectische, stinkende steden. Aan de Halong bay, dat als een sprookje op me werkte. Aan de oude paleizen in hun merkwaardige bouwstijl.
Aan het oude en nieuwe dicht bij elkaar en aan de aardige mensen en hun voortreffelijk eten.
De reis is de moeite waard geweest.........
 

Ha Long Bay


 

Saigon = Ho Chi Minh city
 

Vietnam  8 X  zo groot als Nederland


82,7 miljoen inwoners

 

     

  Joyce

printversie

177.2005