Europa - Turkije - Rondreis

Turkije
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: september 2002

 Rondreis

 

 

Istanbul

 

Vroeg in de morgen landde het vliegtuig in Antalya. Ik werd naar het hotel gebracht en was van plan om vroeg naar bed te gaan, want midden in de nacht heb ik naar het vliegveld moeten rijden. Van slapen is niets gekomen, omdat ik veel te nieuwsgierig was naar de nieuwe omgeving.
 


Antalya

Dus ging ik de straat op en zag in de buurt een groot park: het Cultuurpark. Al snel kwam ik bij een gebouw waar van alles te beleven was. Er groeiden hier prachtige bomen en planten.

Daar dwaalde ik een tijdje rond, op zoek naar een weg naar de zee, die diep onder me lag. Eindelijk had ik een paadje gevonden dat steil naar beneden liep. Enkele zonaanbidders lagen op het strand bij het water dat zo blauw als de hemel was.


Centrum van Antalya


Van de vele verkoopkraampjes en restaurants waren maar enkele geopend, het was tenslotte al naseizoen. Hier flaneerden niet meer die massa's toeristen zoals in het hoogseizoen.
 


In het Taurusgebergte

Ik wandelde nog een eindje en al snel wist ik niet meer hoe ik van daar uit naar mijn hotel kon terugkomen. Ik had geen zin om weer dat steile pad naar boven te beklimmen. Terugwandelen en weer dat steile pad naar boven, daar had ik geen zin in. De redding was nabij: een treintje (een tractor met aanhangwagentjes). Ik klom er in en het kon me niet schelen waar ik terecht zou komen. Puffend ging het treintje de weg omhoog. Ik was al bang te moeten uitstappen om te duwen. Maar toen we tenslotte bij het Cultuurpark kwamen stapte ik uit. Van hier kon ik de weg naar mijn hotel weer vinden. Daar aangekomen , trok ik mijn bikini aan en ging naar het zwembad om lui in de zon te gaan liggen.

Al vroeg de volgende morgen wachtte ik op de bus om aan mijn rondreis te beginnen. Ik was de eerste, dus mocht zelf mijn plaats uitzoeken en koos voor de voorste bank.

Ik voelde me geen egoist, omdat ik uit ervaring weet dat vooral na het middageten iedereen een dutje deed, behalve de chauffeur en ik. Toen iedereen was opgehaald, bestond ons groepje uit 14 personen uit Zwitserland en Liechtenstein.
 
Al snel kreeg ik het gevoel dat we goed bij elkaar pasten. Na twee uur rijden hielden we - zoals Ali, de reisleider zei - een plaspauze. We reden verder door en over het Taurusgebergte. Het ging berg-op en berg-af. De omgeving was rijk begroeid, vooral veel olijfbomen.

Na weer eens twee uur, weer een plaspauze, maar hier konden we ook een Raki proberen.


Aphrodisias

 
Daarbij kregen we nog een meloenschijf en een soort hartige koekstengel. Ik genoot van de meloen. Maar wespen schenen het ook graag te lusten. Ze kwamen op me af. Ik haat wespen en at vlug het laatste stukje meloen op. Hoewel ik graag nog een stuk genomen had, liet ik dat achterwege, uit angst voor mijn vijanden.
 
Na nog een rit bereikten we Aphrodisias, waar vroeger kunstenaars, doktoren en filosofen studeerden.

De volgende ochtend reden we door naar Ephesus (Efeze), waar ik een van de mooiste opgravingen zag. Een straat, met aan beide kanten pilaren, leidde naar de goed behouden bibliotheek. Het gebouw maakte een diepe indruk op mij en deed me denken aan Petra in JordaniŽ, hoewel ik daar nooit geweest ben.
 


Ephesus - De bibliotheek

Ook het badhuis dat vroeger alleen maar voor de rijken bestemd was, imponeerde me. Ze hadden toen veel hout nodig om de baden te verwarmen. Zodra het bos leeg gerooid was, vertrokken ze weer.

De volgende dag ging de reis verder naar Pergamon, waar een stadion lag. Toen ik van boven naar beneden keek, kreeg ik bijna hoogtevrees.


Ephesus - Het badhuis

 


Pergamon

Het was enorm groot en lag ver in de diepte. Ik stelde me voor om van hier uit een voetbalspel te bekijken en de spelers beneden amper te kunnen herkennen.

Ook de psychiatrische kliniek was gedeeltelijk nog te zien. De behandelmethoden waren vroeger hetzelfde als vandaag. Water om te kalmeren, muziek en gemeenschappelijk werk.

De reis werd voortgezet en ging over berg en dal. Af en toe dacht ik naar de hemel te rijden. Maar voordat die bereikt werd, ging het weer naar beneden. Omdat ik op de voorste plaats zat, kon ik alles goed bekijken.

De Liechtensteinse achter me, klopte op mijn schouder en zei dat ik sterke zenuwen moest hebben, om zo rustig naar buiten te kijken.Vanaf dat moment viel het me op, dat haar man steeds riep: "Kijk uit! Een bocht! Remmen! Voorzichtig!"
 
Toen ik me daarvan bewust werd vroeg ik de vrouw of we twee chauffeurs hadden. Zij antwoordde: "Nee, we hebben twee remmers." 

De volgende stop was de stad Assos. Daar moesten we een berg gaan beklimmen. Ik had niet de beste schoenen aan voor een bergtocht, dus had ik er veel moeite mee. Op een bepaalde plaats vertelde Ali, dat op zijn laatste toer, een vrouw hier uitgegleden was en een been had gebroken.  Natuurlijk moest ook ik hier vallen. Maar ik was heel gebleven. Het was koud op de top, maar we hadden een mooi uitzicht over de stad. Van de oudheid was weinig over gebleven. Hier zochten de mensen vroeger bescherming voor het water en bandieten.


Assos

 


Troje

We gingen weer verder en maakten een pauze in een plaatsje waar alleen maar winkels en restaurants waren. Ik dronk daar een Áay, de echte Turkse thee.

Daarna reden we naar Troje. De stad was al vaak weer opgebouwd, maar van al die vergane tijden was amper nog wat te zien.

Alleen een stom houten paard stond er. Je kon via een trapje in zijn buik stappen en moest dan opletten niet het hoofd te stoten.


Het paard van...


Tegen de avond kwamen we in «anakkale aan. Op de bovenste verdieping van het hotel werd een bruiloft gehouden. We keken daar naar binnen. De zaal was daar zo overvol, dat we vlug weer weg gingen en een wandeling gingen maken langs de zee van Marmara.
 


Aankomst in de haven van Gelibolu

De volgende ochtend liepen we naar de haven om op veerpont te stappen. Omdat de prijs voor een overtocht met de bus goedkoper was dan voor iedere passagier apart, moesten we ons door de bus op de veerpont laten rijden. Daar stapten we weer uit. In de haven van Gelibolu lieten we ons weer met de bus van de veerpont afrijden. Daar staan de prachtigste villa's van de rijkste lieden van het land, ofschoon de geleerden een grote aardbeving in dit gebied hebben voorspeld.

ISTANBUL

I
n de middag bereikten we Istanbul. Als eerste bezochten we het Topkapi museum.


Voordat de bezoekers naar binnen konden gaan, moesten ze hun bagage op een lopende band leggen, zoals op een vliegveld om het met rŲntgen te laten nakijken. Pas daarna kon men verder gaan. Dat was te begrijpen, want dagelijks komen hier  duizenden toeristen. Een klein bommetje in een handtasje was al genoeg om een handvol mensen de lucht in te jagen.
 


Ingang van het Topkapi museum

In kleine kamers waren kleren, sieraden en andere curiosa te zien. De kamers en zalen waren overvol. Ik kreeg bijna geen lucht meer en ging naar buiten.
Op een terras had ik een prachtig uitzicht over de Bosporus en een deel van de stad. Ook de andere medereizigers kwamen al vlug naar buiten.

Toen we compleet waren, bezochten we de Blauwe Moskee, het Hagia Sophia en het Hippodrome. Daarna gingen we naar ons hotel dat in een achteraf straatje lag.

De volgende morgen bezochten we de Bazaar. We kregen een uur om daar eens goed rond te kijken.


Hagia Sophia


Ik bekeek de sieraden en de andere snuisterijen, zonder iets te kopen. Daarna maakten we een tochtje met de boot over de Bosporus.
 
Het vaartochtje ging langs heuvels met prachtige villa's en onder verschillende bruggen door. Wie graag in het water keek, kon duizenden kwallen zien. Hier zou ik geen voet in het water durven zetten.

De stad maakte een gigantische indruk op mij. Tenslotte leven hier ook 13 miljoen mensen.

Aansluitend reden we naar Bursa om nog een moskee te bekijken en tenslotte kwamen we aan bij ons hotel. Omdat we al vroeg waren aangekomen, had ik nog tijd voor een wandeling. Jammer genoeg was het al te laat voor de markt. Daar werd alles al ingepakt.


Boottochtje op de Bosporus


De dag erop stond een lange rit ons te wachten. Pas om vier uur bereikten we Pamukkale. De witte vlek op de berg was al van verre te zien. Toen we eenmaal boven aangekomen waren konden we onze gang gaan.
 


Pamukkale - De kalkafzetting

De senior van de groep sloot zich meestal bij mij aan. Het was verboden om met schoenen aan over het kalkgedeelte te lopen. Wij trokken ze uit en zetten ze niet bij de honderden anderen die in lange rijen stonden, maar hielden ze in de hand. Het was niet aangenaam om op blote voeten over de kalklaag te lopen die zich in de loop van honderden jaren uit afgezet bronwater gevormd had.

De witte massa liep terrasvormig naar beneden en zag er uit als een sneeuwlandschap, dat lekker warm was. De strakblauwe hemel toverde er zelfs een blauwe gloed overheen. Het was fascinerend om je op het witte warme sneeuwlandschap te bevinden die zich in een heerlijke groene omgeving bevond.
 


"Sneeuwlandschap" van kalksteen

Toch liet dit sprookje je snel weer tot de realiteit komen. Onze verwende voeten begonnen tegen de onregelmatige en af en toe scherpe grond te protesteren en deden pijn. Daarom gingen het ouwetje en ik op de rand van het smalle beekje dat door het terrein stroomde, zitten en lieten onze voeten verwennen door het warme bronwater.

Later reden we naar het hotel in de buurt.

We hadden nog genoeg tijd voordat we gingen eten, om eens in het koude zwembadwater te duiken. Daarna ging ik naar een bassin met heet bronwater. Dat werkte echt super. Ik voelde daarna als herboren.


Hemelsblauwe gloed

 


Haven van Side

De volgende morgen reden we met enige tussenstops terug naar Antalya. Een dag later werd ik naar Side gebracht.

Daar bracht ik nog een heerlijke week vakantie door in het gemoedelijke en interessante plaatsje.
 


Het oude Side


Terug naar de startpagina van Turkije


 Joyce