Europa - Spanje - Canarische eilanden - Lanzarote

Lanzarote
Tekst en foto's: Joyce Frey
Reistijd: februari - maart 2006

Spanje - Canarische Eilanden - Las Palmas

 

 

Playa Blanca

 
 
In een boekje had ik gelezen dat je in het vliegtuig een plaatsje bij het raam aan de rechterkant moest zien te krijgen. Ik had de gewenste plaats gekregen. Met twintig minuten vertraging beleefde ik de spannende landing op het Canarische eiland Lanzarote.
 
Eerst vloog het vliegtuig over de rand van het eiland. Dan maakte het een scherpe korte bocht en vloog weer naar het eiland toe. We gingen steeds dieper naar beneden tot de machine bijna in het water kwam. Ik vreesde al natte voeten te krijgen. Maar de wielen raakten droog de landingsbaan, die al in de zee begon.

Toen we konden uitstappen, lachte de zon ons toe. Ik bedankte hem, want na een lange sneeuwrijke winter, was een beetje warmte van harte welkom.
 
Na een klein half uurtje kwamen we aan bij ons hotel, Playa Dorada aan de Playa Blanca.

Nadat ik mijn kamer had ingericht, genoot ik van het uitzicht vanaf mijn balkon. Het keek uit op de parkeerplaats die er voor lag, maar meteen daar achter de zee en het eiland Fuerteventura.

Vanuit de lucht gezien leken de eilanden twee vissen die elkaar proberen te kussen. Ik was nu op het zuidelijkste deel van het eiland.

Al snel ging ik op ontdekkingstocht. Het pad dat van het hotel naar de promenade liep, was beplant met cactussen. Sommigen waren rond en zo groot als een voetbal. Anderen leken meer op bomen en weer anderen groeiden in de vreemdste vormen.


De promenade aan de Playa Blanca

 


Arrecife

Al vanaf het eerste moment had ik het hier meteen naar mijn zin.

De promenade is eindeloos lang en gezellig. Restaurants en winkels zijn er in overvloed. Ook in de straat die er parallel aan loopt.

De volgende dag maakte ik mijn ochtendwandeling naar de andere kant. Naar Playa Papagayo, 5 km verderop. Ook daar is het mooi. Eerst wat winkeltjes en restaurants. Daarna liep de route een heel eind langs de kust.

Aan het begin van de weg staat een verlaten toren. Iets dat van een vestingwerk overgebleven was. Dan volgden er klippen waar de golven hoog tegen aan spetterden. En weer verder zijn er hotels.
 
De derde dag wilde ik iets anders zien en ging naar de bushalte om naar de hoofdstad van het eiland, Arrecife te rijden. Er stonden al een hoop mensen te wachten. Toen de bus, die al bijna vol was, met een kwartier vertraging aan kwam, stapten de eersten naar binnen. De deur werd gesloten en de meeste moesten achterblijven. Ik ook.

Twee uur later zou de volgende bus komen. Ik ging er weer heen. Het was precies hetzelfde liedje... Veel mensen stonden te wachten en een volle bus kwam veel te laat. Maar intussen had ik mijn lesje geleerd. Ik schoot naar voren en drong de bus in. Ik had een staanplaats kunnen krijgen.

Toen we wegreden zag ik de teleurgestelde mensen, die niet mee konden.


Arrecife

 


Castillo de San Gabriel

In de stad aangekomen, wandelde ik over de promenade naar het Castillo de San Gabriel, dat via een bruggetje bereikbaar was. Daarna liep ik door de tegenover liggende straat met de naam Calle Leon y Castillo, waar veel winkels en terrasjes zijn.

Ik wandelde verder en vond het kleine vissershaventje, waar een paar blauw beschilderde bootjes lagen. Ik zocht een leuk terras en genoot daar van de zon en een koel drankje.

Daarna slenterde ik door een paar straatjes in de richting van de bushalte. De aangegeven vertrektijden klopten niet met die ik op papier had staan. Maar ik was voor beide tijden te vroeg, dus slenterde ik nog een beetje verder langs de zee en bekeek het hotel dat als enig gebouw op het eiland hoogbouw was
 
Tenslotte liep ik weer naar de bushalte. Daar stond een bus waar de naam van de rederij op stond, die naar Fuerteventura voer.

Ik vroeg de chauffeur of hij naar Playa Blanca ging. Hij wees naar het bord van de rederij. Ik zei dat ik naar de veerboot wilde gaan. De man liet me instappen. Betalen hoefde ik niet. Na mij kwamen nog drie andere passagiers. Ik had een plaatsje achter de chauffeur gekozen en kon tijdens de rit in alle rust genieten van de zwarte bergen en de dalen die aan mij voorbij trokken. Het was duidelijk dat ik in de shuttlebus van de rederij zat. Ik beschouwde deze luxetour als een genoegdoening voor de omstandigheden die ik in de ochtend had meegemaakt. Maar ik hoopte wel dat de bus niet het schip zou oprijden.


Bij de haven aangekomen, konden we uitstappen. Heel snel liep ik de loopplank voorbij en wandelde verder over de promenade naar het hotel.
 


Achter de schrijfster: Mirador de Haria

De volgende dagen bracht ik door met lange wandelingen en luieren aan het zwembad.

Daarna maakte ik een uitstapje naar het noorden van het eiland. De eerste stop was in Teguise. We kregen tijd genoeg om de kerk San Miguel en de omgeving te bekijken. We gingen verder naar het hoogste uitzichtpunt van het eiland, Mirador de Haria, dat op een hoogte van vijfhonderd meter ligt. Van daar uit keken we op het stadje, dat door duizenden palmen wordt ingesloten. Vroeger werden steeds palmen gepland, na de geboorte van een kind. In de verte was ook de zee te zien.

De tocht ging verder naar Mirador del Rio. Op dit noordelijkste punt van het eiland staat een muur. Daar achter is een restaurant met een uitzicht op drie eilanden.
 


Cueva de los Verdes

Alleen op het eiland La Graciosa staan een paar huizen en restaurants voor dagjesmensen.

De reis ging verder naar de grotten van Cueva de los Verdes. Deze grotten zijn gevormd door lavastromen. Af en toe moeten we er gebukt onderdoor gaan. Hier bevindt zich ook een concertzaal. In de grot is werkelijk een podium en vijfhonderd stoelen.

Hier worden concerten gegeven. De akoestiek moet geweldig zijn.


We liepen de trappen af tot we een afgrond bereikten. Ik keek vanaf een afstand naar beneden omdat ik respect voor de diepte had. Plotseling gooide de reisbegeleider een steen naar beneden. Er ontstonden golfjes. Het was duidelijk een diepe afgrond waar ik voor stond met een stil water, dat de hoogte er in liet weerspiegelen.
 


Het huis van César Manrique

Na de middag reden we langs een cactusplantage om later huis van César Manrique te bekijken. De held van het eiland. Geen zeeman, maar een kunstenaar. Zijn moderne stijl is niet mijn smaak.

Hij heeft zich er voor ingezet dat het eiland niet ontsierd zou worden door hoogbouw. De eigen stijl moest bewaard blijven. Zijn huis ligt gedeeltelijk onder de bodem van een grot.


Ondergrondse woonkamer César Manrique

 
Dagen later maakte ik een uitstapje naar het zuiden. Het begon in het Nationaal Park Timanfaya. Op een heuvel moesten we ons in een halve kring opstellen. We kregen steentjes in de hand gedrukt die van de grond geraapt waren. Ze waren echt heet. Een paar mensen schreeuwden en lieten ze direct vallen. Ik schudde ze van de ene in de andere hand tot ook ik ze op de grond gooide.

Een stuk verder liet men ons een groot gat zien. Daar onder zou nog een geweldige hitte heersen, hoewel de vulkaan al lang tot rust gekomen was. Een plant werd in het gat geschoven en deze begon direct te branden. Een derde attractie volgde. In een gat in de grond werd een emmer met water geleegd, dat na drie seconden weer werd uitgespuwd. Ik had mijn fototoestel klaar. Na drie seconden kwam eerst de knal, die me zo liet schrikken, dat ik de foto van het omhoog spuitende water, te laat maakte.


Nationaal Park Timanfaya

 


Bescherming tegen de wind voor de wijnstokken

De rit ging verder over heuvels en dalen, maar vooral over smalle kronkelwegen. Zowel de bergen als de dalen zijn zwart. We stopten bij kraters. Ik dacht echt op de maan te zitten. Maar deze maan is zwart.

Daarop aansluitend maakten we een schommelend ritje op een kameel door het karige landschap.

Daarna een bezoek aan een wijnkelder. Eerst konden we zien hoe de druiven hier groeiden. Dat is erg apart. De planten staan in gaten in de grond. Daar achter zijn halfronde muurtjes gebouwd die ze voor de wind moeten beschermen. Die muurtjes zijn natuurlijk van zwart lavasteen gemaakt. Dan volgde een degustatie. Ik probeerde enkele edele drupjes die in dit droge landschap gerijpt waren. In de middag, bij het eten, ontbrak de plaatselijke wijn natuurlijk niet.
 
We waren in het mooiste dorp van Spanje met de prachtige naam Yaiza. Ik had nog tijd om de schoonheid van het dorp te zoeken. Maar die is voor mij verborgen gebleven.

We gingen weer verder, naar de groene lagune El Golfo. We moesten een heuvel beklimmen om het te kunnen zien. Het water was door algen groen geworden.

Een stukje verder bevonden zich de klippen, waar het water met geweld tegenaan sloeg. Op de terugweg reden we langs Salinas de Janubio. Hier werd het zout voor het eiland gedroogd.
 


De groene lagune van El Golfo

 


El Golfo

Een dag later stormde en regende het. In de middag werd het droog en scheen de zon weer. Ik maakte een wandeling over de promenade. Een deel ervan was afgesloten omdat de golven over de kade sloegen. De volgende dag was het nog steeds stormachtig, maar zonnig. Ik keek lange tijd naar de schuimende golven die tegen het land sloegen. Het zag er uit als scheercrème, die de zwarte stenen blank probeerde te schrobben.

Gelukkig duurde het niet lang dat het weer werd zoals het hoort te zijn. Heerlijke lentetemperaturen. De volgende dagen bracht ik door met het maken van lange wandelingen en luilakken aan het zwembad.
 

Toen ik de laatste dag op het vliegveld stond, hoorde ik dat het vliegtuig drie uur te laat zou komen. Het is vanwege zware sneeuwval vanuit Zurich niet op tijd kunnen vertrekken. Laat in de avond kwam ik in Appenzell aan. Met zomerschoenen en zomerjas moest ik van het station over ijs en tussen hoge sneeuwmuren naar huis lopen, waar ik bibberend aankwam.

Welkom thuis in de kou.


 

 


Joyce