| Homepage |
Marokko |
|
|
|
||
|
|
||
| Het was in de
middag , toen we een tussenlanding hadden in Marakesch.
Pas tijdens
de verdere vlucht zag ik de met sneeuw bedekte spitsen van het
Atlasgebergte. We vlogen niet hoog over de bergen, zo dat iedere omtrek
van de toppen,dalen en kloven te zien waren.
Kort daar na landen we in Agadir. |
|
Agadir |
| Een
hevige wind en een grote rode zon die bezig was onder te gaan heten ons
welkom.
Het werd al
donker als ik mijn hotel bereikte. Na het eten maakte ik de eerste
ontdekkingstoer. Op de promenade flaneren bijna alleen maar Marokkanen.
De wind waaide
nog steeds. Ik ging verder op verkenning.
|
|
|
De promenade van Agadir |
![]() |
Later
vond ik een haven met rondom appartementen die voor normale mensen niet
te betalen zijn. Veel winkels staan nog leeg. Daarachter is de berg met de beroemde spreuk ” Vrees god en respecteer de koning.” goed te zien. Een mooi orienteringspunt. Toch zocht ik eigenlijk de grote haven. |
|
|
Vogelpark bij het hotel |
het orienteringspunt |
| Eindelijk kwam
de zon door en de storm ging liggen. Ik nam een bed aan de pool van het
hotel en deed wat de meeste vakantiegangers doen. "luieren"
Het werd heet. 's
Morgens ging ik weer wandelen en kon zien dat het al 32 graden warm was.
Dat beetje wind dat nog blies was erg aangenaam. |
|
|
Moskee in Agadir. |
|
|
En
dat hij een broer in de buurt heeft die kruiden tegen alle ziektes
verkocht en wilde weten of het me interesseerde. Ik zij “Nee.” Dan stelde hij voor, als ik toch wil wandelen, kan ik net zo goed even bij zijn broer gaan kijken. Ik liet me ontvoeren en kwam bij de winkel aan. De oude man hield kruiden onder mijn neus. Al vlug wist ik niet meer welke geur bij welk kruid hoorde. De broer kwam en vroeg of ik iets kopen wouw. Ik zei weer “Nee.” Hij schudde mijn hand en wenste me nog een prettige dag. Nu stond ik daar alleen daar en moest de weg terug weer vinden wat geen probleem bleek te zijn. Ik hoefde maar de berg met de opschrift in de gaten te houden die van overal te zien is. Zo kon ik mijn hotel altijd weer terugvinden. Al vlug bereikte ik de hotels en dure winkels. |
|
Tafraoute |
|
Tafraoute-Tiznit |
|
Voor de volgende dag
had ik een uitstapte naar Tafraoute op de Anti Atlas geboekt. Om zeven
uur werd ik voor het hotel afgehaald. Een boom was in bezit genomen door geiten. Ze waren er in geklommen om verse bladeren te eten. Een eind verder staan amandelbomen in volle bloei |
|
|
amandelbomen op de Antie Atlas. |
|
|
Een tijdje
later komen we bij een naamloos meertje. Het is best vreemd om in deze
droge woestenij, zo ver van de zee water te vinden. |
||||
|
|||||
|
|
|||||
| In de verte zien
we veel bomen en dorpen liggen. Sommige dorpen zijn moeilijk te herkennen omdat ze dezelfde kleur als het gesteente van de bergen hebben |
|||||
|
|
Tegen de middag
kwamen we in de plaats Tafraoute
aan. Hier gingen we eerst eten. Daarna volgde een wandeling over de
markt. Verder ging het naar Tiznit. Door een vestingmuur is de stad in twee delen gedeeld. Het oude en nieuwe stadsdeel. We wandelden door de oude stad. Hier werd flink handel gedreven. Alle soorten vruchten en groenten, wat je ook maar nodig hebt, is hier ruimschoots te koop. We moesten ook nog een zilversmid bezoeken. De stad staat bekend om zijn zilverwerken. Daarna reden we weer terug naar Agadir. |
|
de typische blauwe vensters en duren |
|
Marrakesch |
|
Zaterdagmorgen stond ik om zes uur al voor het hotel om de lange rit
naar Marrakesch te beginnen. Na twee uur maakten we pauze om de benen te
strekken en andere behoeftes te doen. De weg voer over de bergen met
kleine dorpjes, kale omgevingen en groene oasen. Na twee uur
bereikten we de stad waar eerst de een na grootste moskee van Marokko,
de Koutoubia, bezocht werd. Het stamt oorspronkelijk uit de 12 eeuw. De
minaret meet 77 meter hoog en is in de hele stad te zien. Druk verkeer,
waar ook paarden met koetsen zich een weg moesten banen, maakten het
moeilijk over de straat te komen.
Verder ging het
naar Place Djemaa El Fna. Een trefpunt voor sprookjesvertellers,
slangenbezweerders, muziekanten, verkopers en veel meer. Onder parasols
zaten muzikanten. Veel daarvan speelden op een fluit. De schrille harde
tonen deden pijn in mijn oren. Met deze muziek zal ik nooit bevriend
kunnen worden. Hier stond zelfs iemand met een tafeltje waarop
gebruikte gebitten lagen. |
|
|
de Koutoubia moskee |
|
|
Dan
liepen we in de souks. Hier worden voorwerpen uit ijzer, leer, keramiek,
stof en veel meer aangeboden. Zonder begeleider is het eenvoudig te
verdwalen. Daarna gingen we naar een zaak voor natuurlijke geneesmiddelen. Ik probeerde verschillende crèmes en smeerde mijn armen en benen vol daarmee. Ook liet ik me geurtjes onder de neus houden. Ik dacht, “Intussen moet ik vreselijk stinken.” We gingen eten. Daarmee was ik vlug klaar en liep de straat op om te zien wat daar te doen was.
Het was intussen echt heet geworden. De
zon brandde op mijn schedel. |
|
de Place Djemaa El Fna |
|
Aansluitend kregen we weer een verkoopstop. Deze vond ik teveel van het goede voor het korte bezoek in de stad. Een jong paartje en ik waren weer vlug buiten. Die jongedame vroeg of we nog iets te zien zouden krijgen. Ik meende,” Dat hoop ik toch, want ik heb geen verkoopuitstap geboekt.” Inderdaad liepen we daarna nog naar de Jardin Menara. Een van de lievelingsplaatsen van de stadbewoners. In kleine groepjes zaten de mensen onder de olijvenbomen. Sommigen maakten muziek. Anderen waren aan het picknicken en er zaten mensen samen die allen maar met elkaar aan het babbelen waren. Veel jonge mensen liepen over te flaneren in dure designkleding en gestylde haren. |
|
|
binnenhof van het Bahiapaleis |
![]() |
Dichte wolken kwamen aandrijven. Het paviljoen achter het meer,
waarachter de met sneeuw bedekte Atlas te zien was, gaf een sinister
beeld. Amper zaten we in de auto als het begon te stormen. Het opwaaiende zand werkte als dikke mistbanken waardoor bijna niks meer te zien was. Maar kort daarna kwam de zon weer te voorschijn.
Ik dacht te weinig
van Marrakesch gezien te hebben. |
|
Pavillon met de sneeuwbedekte bergen |
|
Zurück in Agadir |
|
Een andere dag werd ik om
precies acht uur voor mijn hotel afgehaald om een tour naar Immouzer te maken.
De bergen zijn hier weer anders als de anderen. Hier groeien zelfs palmen. Men noemt het ook het Edendal. Weer ging het aan dorpjes voorbij. Na enige stops hadden we het doel bereikt. Een restaurant. Ik vroeg me af waar het Berberontbijt bleef toen ik een Duitse vrouw met de reisleider zag staan praten Die gebaarde me even te komen.. Ze vroeg me of ik ook een ontbijt besteld had. Ik zei “ Ja, en een bezichtiging van de haven ontbreekt ook nog.” De jonge leider wist van niets, maar we kregen een soort vla met honing en een ondefinieerbaar smeersel. Daarbij een mix van groene en pepermuntthee met veel suiker, dat vreselijk zoet smaakte. |
|
|
een ander bergdorp |
![]() |
Op de terugweg wilden we een
paar fotostops, omdat naar onze mening nog een hoop tijd over was. De jonge man
klaagde, dat hij de auto om twaalf uur terug moest brengen. Dat haalde hij al
niet meer. Ik zij, “Deze tour gaat tot twee uur. De jonge was vertwijfeld en meende dat hier van een vergissing sprake moest zijn. Die mening was ik ook toegedaan, want ook de berg van Agadir gingen we niet op. Na ons gebedel kregen we dan toch nog een fotostop. Ik werd kwaad en zij tegen de jongeman dat hij ons bij het kantoor moest afzetten. Die anderen reizigers waren tevreden omdat ze alleen maar voor die tour in de bergen geboekt hadden. Die Duitse en ik stapten uit. De baas kwam ons tegemoet. Wij vertelden wat we niet gehad hadden. De chef zei, dat de verkeerde reisleider ons had meegenomen. Dat vond ik kras: van twee verschillende hotels. Dan biechtte hij op, dat de andere auto kapot was. |
|
zicht op Agadir |
|
Hij wilde ons dan toch nog
op de berg brengen, dat mijn oriënteringsberg was en naar de haven. Voordat hij
de auto gehaald had konden wij nog naar de openbare toiletten gaan, die altijd schoon waren.
Kort daarop kwam een luxe auto aan. Hannalore en ik stapten in en lieten ons de berg oprijden. We kregen tijd genoeg om alles te bekijken. Ik ging nog een stukje hoger en vond de enige muur die de aardbeving van 1960 overleefd had. Hoewel weer wolken opgekomen waren, kon ik zien hoe groot Agadir was. Daarna reden we naar de haven. Daar was weinig bedrijvigheid te merken. De chef meende: "we kunnen donderdag nog eens hierheen rijden, omdat dan de vissersboten binnenkomen". Maar wij waren nu tevreden. We hadden alles gezien wat we verwacht hadden. Eerst bracht de chef Hannelore voor haar hotel en reed daarna naar de mijne. |
|
|
haven van Agadir |
![]() |
Voordat ik uitstapte, wilde hij me op een drink uitnodigen als een
tegemoetkoming voor de fout die gemaakt was. Maar ik vond het wel genoeg zo. De volgende dag als ik genoeg van het luilakken aan de pool had, wilde ik de haven gaan zoeken en meende hem gevonden te hebben. Douanebeambten spraken nerveus met een vrachtwagenchauffeur. Niemand scheen zich voor mij te interesseren. En zo liep ik verder. Grote bedrijfsgebouwen staan daar. Aan het einde, als ik dacht eindelijk de haven te vinden, stonden geüniformeerde marinejongens achter het hek voor de gebouwen van de Marine. Ze vroegen me waarheen ik wilde gaan. Ik zei;” Sur la mer.” Die drie aardige jongens wezen allen in een andere richting. Vertwijfeld stond ik daar en vroeg me af, wat het beste was om nu te doen. Het leek me het verstandigste te zijn weer naar de straat te gaan vanwaar ik gekomen was en het zoeken morgen voort te zetten. |
|
kleine vissersboten na het lossen |
| Weer
biji de douane aangekomen , grijnsden ze naar me en zeiden,”Bonjour
Madam.” Ze opende het hek en lieten me er weer doorlopen.
Hier moest een weg naar het Nobelkwartier lopen, vanwaar ik de weg naar de promenade vinden kon. Een paar stappen verder vond ik het. De dag er op als de zon achter wolken verdween en het te fris werd om aan de pool te liggen, deed ik nog een poging de haven te vinden. Ik wist nu bij de douane langs te moeten. Deze keer probeerde ik het aan de andere kant. De man hield me tegen en vroeg waarheen ik wilde. Ik vroeg of het hier naar de haven ging en of ik passeren mocht. De aardige man wees me de weg en liet me door gaan. Ik ging naar rechts waar het weer langs grote gebouwen liep. Dan kon ik vis ruiken en dacht eindelijk mijn doel gevonden te hebben. De haven. Ik ging naar links en kon kleine bootjes herkennen. |
|
|
vistransport |
![]() |
Daar
aangekomen moest ik uitkijken niet uit te glijden over de afgeschaafde
visschubben die op de grond lagen. Voorzichtig liep ik erover heen en
kon toekijken hoe vis van een grote boot met ijsbedekt in een
vrachtwagen geladen werd. De tijd verging te vlug voorbij. Nog een paar dagen bracht ik door met luilakken aan de pool en lange wandelingen. Dan moest ik weer de koffer pakken. Tijdens het wachten op de bus die me naar het vliegveld brengen moest, dacht ik aan de mooie tijd die ik in een prachtig land en zijn aardige bewoners doorgebracht had. Maar een ding heeft mee hier geërgerd. De toeristen die bijna naakt over de straat gingen. Marokko is een moslimland. Verwachten wij niet van de buitenlanders dat ze zich onze normen en waarden aanpassen? |
|
afscheid van een zéér mooi land |
|
|
Joyce | |
|
|
||
| 322..03.03.08 |