Homepage

Zuid - India
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 1998

 

     

Provincie GOA en KERALA

Het verhaal speelt zich af in de kleine provincie Goa aan de westkust van India en
de provincie Kerala - de meest zuidwestelijke provincie van het land

Ik was al een week in Noord Goa, tussen Baga en Calangute. In die tijd had ik een hoop beleefd en veel vrienden gekregen. Allemaal Indiërs. Nu zou ik voor een week weggaan. Ik had de belangrijkste dingen in een rugzak gepakt.

De rest in m'n koffer, die ik aan de receptie af gaf.
Over 'n week zou ik weer terugkomen, om hier verder nog twee weken te verblijven.
Om tien uur stond ik buiten, waar een taxi me zou komen afhalen.
De taxi kwam. Ik stapte in.
Een hoop bekenden, waaronder ook mijn kamerjongen, die graag met me babbelen kwam en alles voor me deed en bezorgde, wat ik zelf niet vinden kon, stonden daar, om me na te wuiven. Het was alsof ik mijn familie verliet.
Ik was de enige die hier vandaan naar Kerala ging.
Ik moest naar zuid Goa, om vandaar morgen vroeg naar Cochin te vliegen. Onderweg moesten we met een veerpont over een rivier, omdat de brug afgesloten was, wegens instortingsgevaar.
De boot kwam en laadde zijn last uit. Dan konden wij er op.
Na ons kwamen een hoop andere auto's

Baga

 
Daartussen gingen motoren, fietsers en voetgangers. Eerst gingen de auto's er op. Dan de motoren, de fietsers en tot slot, de voetgangers.
Ik dacht:" die boot is al meer als vol !!"
Maar iedereen moest dichter opschuiven en steeds meer mensen moesten op de boot. Geen centimeter was nog vrij.
De voertuigen en de mensen stonden op elkaar gedrukt. Het was niet te geloven wat er allemaal op zo'n kleine boot ging.
Mijn gedachten waren al bij de krant, die berichten kon dat er in India een veerboot gezonken was. Want de boot was totaal overbelast.
We kwamen droog aan de andere kant aan en de kranten konden hun plaats voor een ander bericht benutten.
In het zuiden waren de straten beter.
De huizen waren mooier en ook de tuinen werden met liefde verzorgd.

We kwamen bij mijn hotel aan. Het was een grote kazerne die eenzaam

Kust bij Calangute

gelegen aan het Bogmalostrand lag.
Op het eerste gezicht vond ik het al onsympathiek. Ook de omgeving beviel me niet.In de omgeving waren twee kleine cafés, een winkel en een lange smalle straat, waar alleen maar varkens en honden te zien waren. Het strand interesseerde me niet, omdat ik al een lichte zonneverbranding had.
Hier moest ik tot de volgende morgen mijn tijd verdrijven.
Tot mijn schrik merkte ik dat ik m'n kruiswoordraadselboek vergeten had mee te nemen. Het enige fijne aan dit hotel was een hangmat, die vrij was. Daar sliep ik een poos en 's avonds ging ik naar een café, waar ik met een Duitse praten kon. Voor dat ik naar mijn kamer ging, bestelde ik bij de receptie een wektelefoontje. Om vijf uur moest ik opstaan.

Bogmalostrand

Toen de telefoon rinkelde, was het op mijn horloge twee uur.

Ik nam de hoorn op en gooide hem weer op de haak.
Ik dacht nog; " die zijn niet goed wijs, die Indiërs." en sliep verder. Weer ging de telefoon. Mijn horloge gaf drie uur aan. Nogmaals hetzelfde. Hoewel ik mij er over verwonderde dat, dat het buiten al licht was. Nog eens ging de telefoon. een mannenstem in de telefoondraad vroeg of ik niet naar Cochin vliegen moest. Ik zei : "Ja" en hij zei dat de anderen al weg waren. Als ik heel vlug was kon ik met een taxi het vliegtuig nog halen. Ik vloog uit bed.
Gooide de paar dingen die ik gebruikt had in de rugzak en rende naar de receptie, waar al een taxi voor de deur stond.
Ik zei dat de batterij van mijn horloge leeg moest zijn en gooide de sleutel op de tafel. Dan rende ik naar de taxi, die bijna vliegend naar het vliegveld raasde.
Daar aangekomen betaalde ik de chauffeur en rende het gebouw in,

 

Cochin

dat gelukkig erg klein was.
Een man liep op me toe om mijn naam te vragen  Ik noemde het en hij zei dat ik me kon aansluiten  bij de anderen die voor het loket stonden om zich in te checken. Zoveel had ik me gehaast en was toch niet verder gekomen dan de anderen. We moesten nog drie kwartier wachten, voor we in het vliegtuig konden stappen.
Na een uur en drie kwartier landen we in Cochin, waar we door een reisleider werden ontvangen. Ons groepje bestond uit zeven personen. We sloten vlug vriendschap en bleven de hele reis vrienden en hadden het erg leuk met elkaar.
We begonnen al direct aan onze route. Die voerde door een heerlijk landschap met prachtige bloemen. We moesten een berg op en gingen voorbij aan eindeloze theeplantages voor dat we ons hotel bereikte in Munnar.

Eindeloze theeplantages Munnar

 
Ik moest steeds vragen hoe laat het was. Nadat we onze bagage naar de kamers hadden gebracht, gingen we naar een grote koeienfarm.
Maar, we konden er niet in omdat die beesten ziek waren en geen bezoek mochten ontvangen. Dan gingen we maar naar een groot stuwmeer.
's Avonds gaf  Jalu, onze reisleider, me zijn horloge en beloofde me de volgende dag een nieuwe te zullen kopen. De volgende dag gingen we nog hoger de berg op om de theepluksters bij hun werk te zien. De thee groeit tot op 1800 meter.
Toen moesten we een berg steil afrijden. De weg was steil en macaber, maar we kwamen goed in het dal aan. Daar konden we verder naar Madurai gaan.
In het midden van de stad staat de Meenakshi tempel met zijn bonte kleuren en vele figuren. We zouden er vanavond nog een heen gaan om de ceremonie te beleven.
Dan gingen we de stad in om een horloge te kopen.

Het horloge was bijna nog goedkoper dan een nieuwe batterij.
Jelu kreeg de zijne terug. De volgende morgen gingen we nog eens de tempel in om deze op ons gemak van binnen te bekijken.
Dan verlieten wij de stad met zijn stank en hectiek om naar Peryar te rijden. Het natuurreservaat aan een groot meer, was een paradijs op aarde. We maakten een boottocht op het meer.
We zagen veel vogels, antilopen, wilde varkens en een olifant.

Theepluksters bij Munnar

Toen we weer in het hotel waren wilde ik een stuk gaan lopen. Jelu vroeg of hij  mocht meekomen. We liepen een stuk en gingen dan naar een café.
We dronken geen bier, nee, we dronken in het theeland natuurlijk thee.
We dronken nog een thee en praten over van alles en niets. Volgens mij werkte de thee op Jelu, alsof hij er iets in had, wat ik niet had. Met zijn grote kikkerogen keek hij me verliefd aan en maakte domme complimentjes.
Ik dacht dat het beter was terug naar het hotel te gaan en zei hem, naar mijn vrienden te willen gaan.
Hij vond het niet leuk, maar we gingen. In de lobby aangekomen gaven we elkaar een hand, maar zijn trouwe hondenblik zei meer als alleen "goedendag"
Vroeg in de ochtend wordt ik door verschillende vogels gewekt en had ik het gevoel in een oerwoud te zijn.

Periya - natuurreservaat

 
Na het ontbijt gingen we verder. Eerst zagen we verschillende kruiden en prachtige bloemen. Daarna ging de tour verder naar de Backwathers. We stapten daar op een boot om een prachtige vaart naar Kumarakom te maken.
Gedeeltelijk was het water groen van de planten.
Ook het landschap dat aan ons voorbij ging was zó groen, dat het groener niet zijn kon.
Dan kwamen we aan het Venbanadmeer, waar het hotel was.
Daar ging ik op de WC, die tussen muren zonder dak stond.
Het was leuk op een WC onder de vrije hemel te zitten.
In andere gevallen had ik altijd door de hurken moeten gaan.
Ook het douchen ging in de vrije natuur.
Tegen de avond voeren we af moet de boot over het meer om van de zonsondergang te genieten.
Ik had een kokosnoot gekregen met een rietje. Ik genoot van de sap, die rijkelijk voorhanden was,  en gooide de rest over boord voor de vissen.
De volgende morgen gingen we alweer terug naar Kochin.

 

Backwaters- Groen, groen en nog eens groen...

Van het paradijs weg, naar de grote stad.
Daar gingen we een synagoge bekijken, waarvoor ik geen interesse had. Daarna gingen we de stad in en werden voor een tijdje vrij gelaten. Jelu vroeg of ik thee met hem drinken wou. Ik ging mee.
In het theehuis zaten alleen maar mannen. Ik vond het niet leuk en zei dat ik weer weg wou gaan.
We liepen door  de stad naar de plaats waar we elkaar weer zouden treffen.
We keken toe hoe hier gevist werd. Netten werden met stokken in het water gekatapulteerd en dan weer opgetrokken. Vogels zweefden er boven om er ook nog wat

inschepen voor een prachtige rondvaart

van te krijgen.
Dan moesten we naar ons hotel. bij het avondeten wilden we wijn. Maar we kregen geen alcoholische dranken, omdat de verkiezingen voor de deur stonden. Eigenlijk wisten we het al.  Twee weken vóór en twee weken na de verkiezingen, werd er geen alcohol geschonken. Dus dronken we water. Het bier en de wijn werden later stiekem op de kamer geserveerd.



Kochin. Vissers met knappe vangstmethode

De volgende middag zouden we weer naar het noorden vliegen. Jelu wou mijn adres hebben. Ik zei dat hij de volgende week weer nieuwe mensen moest rondleiden en mij dan al weer vergeten was.
Ik moest nog een keer in het vervelende hotel overnachten. De volgende morgen kwam weer een taxi om me naar mijn vorige hotel te brengen. Als ik met mijn luxe taxi  door de bekende straat in Calangute reed, zwaaide vele bekenden me toe. Voor het hotel kwam mijn boy en een paar kinderen aan gerend om me welkom te heten.

Ik voelde me als een verloren dochter, die na een lange afwezigheid weer thuis kwam. Thuis, waar de mensen zo lief waren, honden met huidziektes zwierven, koeien op het strand liepen en een rat door 'n restaurant rende.
Hier kon ik nog twee weken blijven om een hoop avontuurtjes te beleven, die ik op eigen houtje ondernomen had

 

79 x Nederland

1.095.351.995  inwoners

   

  Joyce

printversie

103.2005