Europa - IJsland

Met de caravan naar IJsland
Tekst en foto's: Roel en José Moberts
Reistijd: juni 2002

Myvatn - Reykjavik - Landmannalaugar - Lakigigar - Vatnajökull

 

 

IJsbergenmeer Jökulsárlón

 

Al bijna acht jaar verzamelden wij (Roel en José) informatie over IJsland. Toch kwam het er nooit van de oversteek daadwerkelijk te wagen. Toen we op een gegeven moment de aankondiging zagen van een groepsreis in juni 2002 met de caravan hakten we in één dag de knoop door: dit was de ideale manier om de reis te maken.
 
Er zijn twee manieren om op IJsland te komen: vliegen of varen. In het eerste geval zouden we de auto-caravancombinatie vanuit Rotterdam verschepen en deze in Reykjavik weer ophalen. Wij gingen echter per boot vanuit Hanstholm (Denemarken) naar Seydisfjordur aan de oostkust van IJsland. Aan deze boottocht naar IJsland is een extraatje verbonden in de vorm van een tweedaags verblijf op de Faeröer, een Deense groep eilanden in de Atlantische oceaan. Het perfecte wegennet van dit eilandenrijk maakt het mogelijk in twee dagen een goede indruk te krijgen van de kleurige dorpjes en prachtige natuur op de achttien rotspunten waar de Faeröer uit bestaan.
 


Uitzicht op Faröer eilanden

De bootreis duurt op de heenreis drie nachten en een hele dag (onderbroken door het verblijf op de Faeröer). Deze tijd wordt door de meeste reizigers benut om hun reis op IJsland verder te plannen en ervaringen en ideeën met anderen uit te wisselen. De sfeer aan boord is heel rustig, zelfs de nachtclub aan boord werd voornamelijk gebruikt om te lezen.

Nadat we in IJsland van boord kwamen beleefden we nog een paar spannende momenten bij de douane. Het invoeren van levensmiddelen is beperkt tot drie kilo per persoon en gezien de sterke verhalen over de prijzen van levensmiddelen hadden we heel wat meer verstopt in onze caravan. De douaniers (overgevlogen uit Reykjavik) waren in grote getale aanwezig. Alle auto’s en caravans werden grondig gecontroleerd.

Gelukkig hielden ze het bij een blik in de linnenkast, toiletruimte en onder het bed. Achteraf hoorden wij dat het personeel van de boot wist dat er illegalen aan boord zaten maar niet wisten waar en hoeveel; daar waren ze dus naar op zoek!
 
Een eerste bezoek aan een supermarkt maakte echter al duidelijk dat het meenemen van veel levensmiddelen niet echt nodig was. Alles is te koop en van uitstekende kwaliteit, weliswaar tegen Scandinavische prijzen, maar niet zo extreem als wel beweerd wordt in de boekjes. Wel zijn de kampwinkels erg duur.

De eerste kilometers weg op IJsland waren van uitstekende (asfalt)kwaliteit maar al snel maakten we kennis met het echte IJslandse wegennet; soms behoorlijk steil en maar weinig asfalt. Grote stukken van de ringweg aan de oostkant van het eiland zijn onverhard en bestaan uit steenslag. De kwaliteit is zeer wisselend en steeds weer een verrassing. Het stof op de wegen kroop in alle hoekjes van de auto en de caravan. Zelfs het afplakken van alle luchtgaten in de caravan met tape hielp niet om de caravan schoon te houden.

Het Noorden - Myvatn

Hier komt de aardwarmte aan de oppervlakte. Het pruttelt en stoomt hier uit de grond. Het stinkt naar zwavel maar de prachtige kleuren rond de fumarolen en sulfatoren en het prachtige uitzicht maken het ruimschoots goed. Onder de lava komen verschillende warme waterstromen vandaan, waar dit hete water (80 graden) samenvloeit met koude stromen ontstaan heerlijke badplaatsjes. Ondanks regen en kou loopt men hier dus in badkleding.
 
We trokken een dag uit voor het Jökulsárgljúfur natuurpark. Hier bevinden zich op korte afstand van elkaar een groot aantal indrukwekkende natuurverschijnselen. De grootste waterval van Europa, de Dettifoss vervalt hier 44 meter met donderend geraas. Het water is grijs van kleur door de enorme hoeveelheid puin die de rivier naar zee vervoert.

Een paar kilometer verder stroomafwaarts bevinden zich de Hljódaklettar, de restanten van een aantal vulkanen. De omhullingen zijn weggeërodeerd waardoor de kernen als bulten in het landschap zichtbaar zijn. Het basalt heeft prachtige rozetvormen aangenomen, weer kijken we onze ogen uit. In het noorden van het natuurpark bevindt zich de Ásbyrgi kloof. Dit is een hoefijzervormige kloof met wanden die honderd meter steil rijzen.


Op weg naar de waterval Dettifoss


Vermoeiend was het rijden op de zogenaamde wasborden. Zonder caravan was een snelheid van 50 ŕ 60 kilometer per uur overigens de ideale oplossing om over de wasborden te “vliegen”, alhoewel het soms een kunst is om met zo’n snelheid de onverwachte gaten in de weg te omzeilen.
 
Reykjavik

In Reykjavik en omgeving woont ruim de helft van alle IJslanders. De “Great little city” zoals de IJslanders de stad liefkozend noemen is een charmant provinciestadje in onze ogen, maar vormt het hart van IJsland. Hier zijn de grote ondernemingen, universiteit en musea te vinden. Voor ons was het bezoek aan de Vulcanoshow het hoogtepunt van het bezoek aan Reykjavik. In een “schuur” achter een huis vertoont Villi Knudsen de films die hij en zijn vader gemaakt hebben van diverse vulkaanuitbarstingen op IJsland. Het ontstaan van het eiland Surtsey in 1963 en de Heimaey uitbarsting van 1973 zijn van heel dichtbij gefilmd. Op dit moment is Villi alert op een nieuwe uitbarsting, wat ons bezoek extra spannend maakte.

Op onze vraag wat hij zou doen als hij nu bericht zou krijgen van een nieuwe uitbarsting vertelde hij dat hij ons zou uitleggen hoe we de filmprojector moeten uitzetten, de sleutel zou geven zodat we de “schuur” kunnen afsluiten en zelf onmiddellijk zou vertrekken naar het gebied om te gaan filmen. Zijn indrukwekkende films en de charmante combinatie van IJslandse kleinschaligheid en amateurisme waren onvergetelijk.
 


Geiser Strokkur vlak voor uitbarsting

Een van de bekendste attracties is Geysir, een hete springbron. Wij stonden op de camping aan de rand van het sulfatorenveld. Overal komt stoom uit de grond. Geysir is alleen nog met heel veel middelen tot spuiten te brengen en dat gebeurt tegenwoordig niet meer. Strokkur, vlak naast Geysir, is de enige echte geyser die nog elke 10 ŕ 15 minuten een straal kokend water ongeveer 30 meter omhoog spuit. Het meest bijzondere van dit schouwspel was het “bolletje” dat ontstaat vlak voor het water omhoog gaat. Iets om uren naar te kijken.

Het was trouwens een flinke klus om hier foto’s van te maken omdat het die dag stevig stormde (windkracht 11/12). De wind en de regen hebben in dit land vrij spel. Er zijn geen bomen of andere obstakels die de wind kunnen breken of waaraan je kunt zien hoe hard het waait.

Op weg van Geysir naar onze volgende bestemming moesten we zelfs onverwacht overnachten op een noodcamping omdat de storm een van de caravancombinaties van de weg geblazen had. Verder rijden was voor ons onverantwoord. We hadden toen het gevoel dat de elementen in IJsland net een maatje te groot zijn voor ons caravanners.

Het Binnenland

De eerste autotocht in het binnenland van IJsland leidde ons richting Landmannalaugar, een natuurreservaat in het binnenland. Voorzien van voldoende eten, water en benzine verlieten we de bewoonde wereld.
 
De belangrijkste handicap voor het rijden in het binnenland is het ontbreken van bruggen over de rivieren. De binnenlandroutes zijn uitstekend gemarkeerd en ook de doorsteekplaatsen in de rivieren zijn goed aangegeven. Soms zijn er zelfs bordjes geplaatst hoe de rivier het beste doorgestoken kan worden. Voor ons waren de eerste rivieren spannend. Meestal stond het water zo’n 20 tot 40 cm. diep en dat is geen probleem voor onze Suzuki Vitara.

Helaas lag Landmannalaugar een rivier te ver. In de laatste rivier die we moesten doorsteken was de stroming zo sterk dat we het niet aandurfden. Het weer werd mistig en regenachtig en we moesten ook nog terug en met beperkt zicht is het vinden van de juiste route waarschijnlijk moeilijk. Hoe moet het bijvoorbeeld met rivieren waarvan de overkant niet te zien is? Tevens waren we de hele dag nog maar 1 auto tegengekomen, dus druk was het er niet. Dus besloten we om maar niet verder te rijden. Toch genoten we van de kleurrijke omgeving, de rhyolietbergen zijn geel, rood, blauw, groen en contrasteren sterk met de donkere lava in het dal.

Voor een bezoek aan Lakigigar, een ruim dertig kilometer lange rij van vulkanen die ongeveer tweehonderd jaar geleden een groot gedeelte van Zuid–IJsland onder een dikke laag lava bedolf, reden we enkele dagen later weer een heel eind het binnenland in. Zoals vaker als we dachten echt helemaal alleen op de wereld te zijn bleek dat er nog 2 auto’s op weg waren naar Laki. Een hele opluchting dat we niet de enige bleken te zijn.

Dit keer vormden de rivieren geen enkel probleem (of werden wij steeds laconieker?).


Rivieroversteek op weg naar Lakigigar

 


Uitzicht vanaf de top van Laki

De route gaat dwars door grillige lavavormen en door de sandur, een soort zwart zand met een heel zachte ondergrond, omzoomd door zwarte bergen begroeid door felgroen mos. Soms konden we niet veelharder dan stapvoets rijden. De 40 kilometer lange tocht naar Laki nam ruim twee uur in beslag.

Vanaf de top van de Laki (een uur klimmen) hadden we een prachtig uitzicht over de kraterrij en het landschap, aan de ene kant de Vatnajökull en aan de andere kant de Myrdalsjökull, daartussen lavavelden en zwarte sandur.

We genoten van de prachtige kleuren van de bergen, de leegte en vooral van de helderheid van de luchten. Tientallen kilometers ver konden we kijken.
 
Het Zuiden

IJsland is voor ruim tien procent met gletsjers bedekt. De laatste dagen van onze trip was de grootste daarvan, de Vatnajökull, steeds onze vaste begeleider. Op de ijskap van de Zuidpool en Groenland na is dit de grootste gletsjer ter wereld. Met talloze gletsjertongen die tot vlak aan zee komen vormt hij een imposant stuk natuur. Enkele van de gletsjertongen eindigen in meertjes waarin de meest fantastische vormen ronddrijven.
 
Een van de meertjes Jökulsárlón, is via een rivier van ongeveer 500 meter lengte met de zee verbonden. Daar drijven de ijsschotsen naar zee, waar je ze in de branding ziet deinen, smelten en  voorbijdrijven.

Vlakbij dit volmaakte stille plekje kregen we te maken met de schijnaanvallen van een aantal grote jagers, toen we tijdens een wandeling om het ijsschotsenmeer hun broedgebied betraden. Dus wandelstokken omhoog!

Een vulkaan onder de immense ijskap veroorzaakt regelmatig (op een geologische tijdschaal) enorme overstromingen van smeltwater, die de weidse zandvlaktes ten zuiden van de gletsjer hebben doen ontstaan. Deze sandur zijn een soort strand van zwart zand van meer dan honderd bij twintig kilometer.


IJsbergenmeer Jökulsárlón


De jaarlijkse hoeveelheden smeltwater die hierdoor afgevoerd moeten worden hebben het in dit gebied tot begin jaren zeventig onmogelijk gemaakt wegen aan te leggen. Tot die tijd was er geen sprake van een ringweg!

Onze vakantieweken zitten er nu op. De drie weken dat wij daadwerkelijk op IJsland zijn geweest waren veel te kort. De tijd is omgevlogen en een ding staat vast, we komen terug, één vakantie doet geen recht aan dit land. Thuisgekomen klaagt iedereen dat het zo koud is, wij vinden het heerlijk om buiten zonder (winter)jas te kunnen rondlopen.
 


 
Roel en José