Homepage

Griekenland - Santorini
Tekst: Joyce Frey
Reistijd: september 2000

   

 

 

Start Griekenland

Corfu

Lesbos

Mykonos

Santorini

Zakynthos. Joyce

Zakynthos. Arie

           
Na een turbulente landing kwamen we in Santorini aan, waar mijn dochter Alexandra en ik, een heerlijke warme vakantie hadden gepland. Een koude wind blies om de oren. Al vlug waren we in onze hotelkamer aangekomen, die nog niet klaar was. We zaten op het terras, beschut tegen de muur en waren blij nog warme kleren aan te hebben.
s-Middags liepen we naar het strand, waar Alexandra, die al jaren geen zee meer had gezien, haar voeten in steken wou.
De volgende dag waaide het minder en was het iets warmer geworden. Daar het niet warm genoeg was om aan het strand te liggen, besloten mijn dochter en ik, naar de stad Thira te gaan.
We reden er met de bus heen en volgden de mensen. We kwamen in gezellige nauwe straatjes met veel winkels.
Toen kwamen we bij de zee aan, die stralend beneden ons lag.
We keken op een steile zigzag weg die

De bijna "onmogelijke" weg van Thira naar de zee

naar beneden ging.
Er waren drie mogelijkheden daar beneden te komen.
Lopen,
met de ezel
of met de lift.
Wij liepen er aan voorbij en kozen een vierde mogelijkheid; we liepen een stuk over de weg, boven de zee en weer terug.
Op een heerlijk terras, met uitzicht over zee, keken we naar het krater eiland Fira. Vanaf het eerste ogenblik was ik verliefd op dit uitzicht, dat ik later nog vaak ging bewonderen.

Uitzicht op Fira

nogmaals Thira

Na een cola liepen we weer terug en kwamen bij het steile pad dat naar beneden ging.
We liepen naar beneden en probeerden de ezelkeutels uit de weg te gaan.
Ook de ezels die ons passeerden, hadden hun eigen weg, waar ze niet vanaf weken. We waren beneden aangekomen en keken naar de stad omhoog, dat op de berg lag. In het water lagen een paar boten, die net zo wit waren als de huizen hier. We hadden genoeg gezien. We hadden geen
zin om naar boven te lopen en liepen naar de
"taxi standplaats" waar een hoop ezels stonden.
We hadden beiden een ezel gekregen. Wij gingen op dat beest zitten, dat de weg naar boven zelf wist te vinden.
Een tijdje ging dat goed, totdat een andere ezel aan ons voorbij wilde gaan. Alexandra's evenbeeld vond dat niet goed en rende weer naar voren om de eerste te zijn.
De mijne ging in staking. Hij deed geen stap meer.
Ik bad hem nog om verder te lopen. Maar dan voelde ik dat mijn benen uit elkaar werden gedrukt. Het beest had maagkrampen.
Zijn lijf ging weer in elkaar en mijn benen gingen ook weer terug.
Nu liep de ezel langzaam een stukje verder en bleef dan weer staan als

Uitstekend vervoermiddel

zijn lijf een paar keer in- en uit elkaar  ging. Nu wist ik zeker dat het dier buikkrampen had. Opeens liep hij sneller en bleef bij een
hoek staan, waar een berg bruine ballen lagen, die met net zulk bruin water verdund waren. Het rook niet erg fijn. De ezel bleef midden in de stinkende hoop staan.
Hij deed zijn staart omhoog en liet de berg met een paar ballen groeien.
Toen hij zijn zaakje afgewerkt had, liep hij weer rustig verder naar boven.
Alexandra was al een heel eind voor me. Haar ezel ging naar zijn parkeerplaats en zij stapte af. De mijne ging een stukje verder naar boven, waar zijn plaats was.
Dan liepen wij de resterende weg naar boven, tot we weer in de stad kwamen.
De volgende dag wilden we naar de ruïnes van oud Thira gaan.
Omdat we het ritje met de ezels leuk hadden gevonden, wilden we hier ook met een ezel naar boven gaan. We stonden aan de voet van de berg, waar veel keutels lagen,

Thira

maar geen producent er van te zien. Dus moesten we op een busje wachten dat naar

boven ging.
Er waren nog meer andere mensen aangekomen, die mee naar boven wilden. Het busje kwam. We stapten in en gingen zigzag omhoog. De Kamari beach, was het ene moment links en de andere moment rechts van ons te zien. Het lag na iedere bocht een stuk dieper.
We waren op onze bestemming aangekomen, maar moesten nog een eind verder klimmen. De koude wind had ons verlaten en de zon scheen steeds warmer.

RuÔnes van de oude stad Thira

Kamari Beach

Veel te warm om te klimmen. Maar uiteindelijk kwamen we bij de ruïnes die we gingen bezichtigen.
De volgende dag brachten we aan het strand door, dat we vanaf de hoogte hadden gezien.
Naast ons hotel was een straatje waar een paar restaurants waren, dat naar het strand voerde.
Een andere dag maakten we een boottocht naar het eiland Nea Kameni. Ze hadden ons gezegd goede schoenen aan te doen. Nu begreep ik ook waarom.
Het eiland bestond uit grote en kleine stenen, die zwart waren. Het was een vulkaan eiland. We hadden een lange mars naar boven. Bij het kratergat lag een gele glans over de zwarte stenen. Het rook een beetje naar zwavel, maar verder was er weinig van een vulkaan te zien. We moesten weer naar de boot.

Het was middag geworden en erg warm.

Vulkaan-eiland Nea Kameni

Na een korte vaart hield de boot voor het eiland Palea Kameni aan.
Een stukje er voor lag een bron, dat warm was en kabbelend opwoelde.
Het zou verjongend werken.
Goede zwemmers konden er heen zwemmen.
Mijn dochter sprong in het water en zwom er heen. Ik ging naar de bar en wou broodjes kopen. Ik had honger. Maar ze hadden geen broodjes meer. Alexandra was weer terug gekomen en had ook honger.
We moesten wachten om onze magen te vullen tot we op het eiland met de mooie naam Thirasia, aankwamen.
Daar gingen we weer aan land.

Palea Kameni met warmwater bron voor de kust

De meeste mensen renden naar een restaurant.
Wij hadden ook honger. Maar in plaats van in de rij te gaan staan om wat te eten te krijgen, liepen we een stukje langs de oever tot het einde;
Daar stond een molen. Later liepen we terug naar het restaurant, waar we gebraden vis, rijst en groente voorgeschoteld kregen.
We hadden aan een van de lange tafels, op een vlonder boven de zee, een plaatsje gevonden.
Na het eten voerde mijn dochter de vissen, die onder de planken door zwommen met het stuk brood dat we mee genomen hadden.
Toen onze buiken gevuld waren liepen we nog een langs de kust en gingen op een steen zitten om met de voeten in de zee te bungelen. Naast ons eiland was een ander eiland dat bruin was. Alle anderen leken eerder zwart. De sirene van de boot, die er verlaten bijlag omdat  alle anderen al weggevaren waren, loeide.
Dat betekende dat we aan boord moesten komen.
Als  de boot weg voer, waren die paar mensen die op het eiland

Thirasia

leefde, al weer aan het schoonmaken,  om de volgende dag weer nieuwe toeristen te kunnen ontvangen.
We kwamen weer in de richting van Santorini.
Nu maakte het schip een zwenking en koerste op Oia aan.
Toen ik naar de stad boven op het eiland keek dacht ik op het eerste moment dat de bergen met sneeuw bedekt waren..
Maar de paar rode daken, wezen er op dat het een stad met zijn witte huisjes zijn moest.
We kwamen en moesten van boord.
De stad lag weer ver boven ons. Een paar fanatiekelingen liepen naar boven.
De meesten wilden een taxi nemen.
Wij hadden pech omdat een groep ScandinaviŽrs ons voor waren en met alle ezels naar boven gingen.
Wij moesten wachten. De reisleidster wist leuke anekdotes

 Uitzicht op Thirasia van af Santorini.

over de eilanden te vertellen, zodat de tijd snel voorbij ging.
Voor we het merkten waren de ezels alweer terug.
Mijn dochter greep als eerste een lege taxi, die er haast mee had om weer boven te komen. Zij bleef de eerste. Ik had weer de pech een defecte taxi te krijgen. Ik zat op dat beest.
Zijn lichaam beefde zo erg, dat ik het gevoel had op een vulkaan te zitten, die op uitbarsten stond. Die ezel wilde ook nog in mijn voeten bijten. Maar de muilkorf op zijn bek verhinderde dat.
De ezeldrijver keek bezorgd naar z'n beest.
Dan kwam hij dichterbij en zij dat ik moest afstappen.
Ik kreeg een andere ezel, die gemoedelijk achter de rest aan sjokte. Alexandra was allang boven, toen ik aan kwam. We liepen met de stroom mee naar een uitzichtpunt, waar we de

zonsondergang zouden kunnen zien. Maar de hemel was niet

Oia. Nog zo'n aards paradijs

helder meer. De zon was nog maar zwak te zien.
Het zou nog een kwartier duren voor die onder ging. Er kwamen wolken en de zon was al verdwenen, voor hij verdwijnen moest.
Dus in plaats van een zonsondergang, bezichtigde we de zeer nauwe straatjes met zijn winkeltjes en restaurants.
Het was erg gezellig hier. Voor we met de bus terug moesten, gingen we naar een restaurant om iets lekkers te drinken. Mijn dochter wilde een raki proberen. Ik nam er ook een slokje van en dacht dat alle bacteriën in mijn lichaam nu wel kapot waren. Alexandra dronk de rest dapper op, met tranen in de ogen. Ze zwoer nooit meer raki te drinken.

De volgende dagen brachten we door aan zee en maakten wat wandelingetjes. Daarbij bewonderden we bloemen en wijnranken die in elkaar gevlochten op de grond lagen. Dat doen ze hier om de planten tegen de hevige winterwinden te beschermen.
Op een morgen gingen we een scooter huren.
Al vlug had mijn dochter de machine onder controle. We reden naar het hoogst gelegen dorp van het eiland, Pyrgos Vandaar konden we Oia en Thira zien.
Ook de omliggende kleine eilanden.

Oia

 
We liepen door de smalle kleine straatjes, die alleen te voet of met de ezel begaanbaar waren.
Weer beneden in het plaatsje aangekomen kochten we een souflaki en aten die op een bankje in de straat op. Dan reden we naar Monolithos, een vervelend strand met een paar pensions er langs. In de middag gingen we weer terug en leverde de scooter bij de eigenaar in.

Een paar dagen later reden we met de bus naar Thira, om vandaar naar Oia te gaan. Toen de bus voor Oia de berg op reed, konden we het  platte land zien, dat in de zomer groen geweest moest zijn. Nu was alles verdroogd. We slenterden door de gezellige nauwe straatjes en bekeken  de winkeltjes. In de middag gingen we weer terug.
Nog enige dagen volgden met luieren op het strand, wandelingetjes maken, goed eten en drinken en winkelen
Op de heetst dag moesten we terug vliegen. Het was dertig graden.

 

Pyrgos

     

  Joyce

printversie

099.2006