| Homepage |
Gambia. |
|
|
|
||
|
|
||
|
|
|
Ik was bijna jaloers, dat mijn
reisgenoot terug mocht vliegen. Ik moest het hier nog drie weken uithouden.
De vorige week had ik bij een gids, die vaak voor het hotel stond, een reis naar Georgetown geboekt. Daar wilde ik de steenformaties zien. Punctueel stond ik in de morgen op straat en had de nodige spullen om een nacht over te blijven, bij me. Lamin, de gids, stond er ook. Hij liet me de reis betalen. Hij had het amper aangepakt of er kwam een luxe auto aangereden. Ik dacht dat is super. Een mooie auto met airco, radio en comfortabel zitten. Jammer genoeg, (ik was nog niet uit mijn droom ontwaakt), kwamen we in Serrekunda aan, en moesten daar uitstappen. Van hieruit gingen we met een bus verder. Lamin moest vragen welke bus we moesten hebben. Hij haalde de tickets, kleine stukjes papier, met de hand beschreven. We lieten de mensen die al in het kleine busje zaten, opschuiven om er ook nog bij te kunnen. |
|
Serrekunda |
![]() |
We zaten al dicht op elkaar gedrukt en moesten nu nog dichter opeen zitten, want onderweg wilden steeds
meer mensen meerijden. Op bepaalde afstanden stonden politieagenten, die de papieren wilden zien. Ik voelde me een beetje raar, omdat ik de enige toerist was in dit busje, dat bijna uit elkaar dreigde te vallen. De chauffeur moest slalom rijden over een weg die meer dan slecht was. Overal grote gaten in het wegdek. We gingen voorbij aan kleine dorpjes, waar mensen in- en uit stapten. Bij de haltes stonden verkopers die drankjes in plastic zakjes verkochten, zoals water en siroopjes. Ook vruchten werden verkocht. Lamin kocht een maniokwortel voor me, waarin ik een poosje te knagen had. Ik had bijna geen plaats om mijn armen te bewegen. De rit duurde eindeloos lang, het was heet en ik zat in de verdrukking |
![]() |
| Naast mij
zat een man met een kind op zijn schoot.
Hij probeerde te voorkomen dat het kind mij zou schoppen. Het was een meisje van ongeveer twee jaar oud. Ze had littekens in haar gezicht. Ik dacht dat ze uit Mali moest komen. Daar waren de mensen nog zo gek om hun meisjes in het gezicht met littekens te "versieren", omdat ze dat mooi vonden. Na vijf uur rijden moesten we overstappen in Jarra Soma. Ik mocht van Lamin niet weggaan. Het kon hier gevaarlijk zijn voor |
|||||
|
|
|||||
|
|||||
![]() |
|||||
|
moesten. Bij een kraampje had Lamin stukjes vlees gekocht, diein een oude
krant verpakt waren. Onderweg wou hij me er ook iets van geven.
Ik bedankte hem vriendelijk. Ten eerste ben ik vegetariër en ten tweede zag het er zo vies uit, dat ik het zelfs met de grootste hongersnood niet eten zou.
De bus was nog kleiner dan de eerste. We zaten boven op elkaar. Dat nog drie uur lang. Tegen de avond kwamen we in de buurt van Georgetown aan. We moesten met een veerpont over de Gambiarivier om naar een eilandje te komen. Daar hadden we nog een lang mars voor ons. Lamin, die hier ook nooit eerder geweest was, moest onderweg vragen waar de lodge lag, waar hij geboekt had. Intussen had ik mijn voeten kapot gelopen. Het was bloedheet en ik zweette uit elke porie. De lodge zag er leuk uit maar leek erg verlaten te zijn. |
|||||
|
Onderweg naar Georgetown |
|||||
| We hadden naast elkaar een kamer
gekregen. Omdat de heenreis te lang geduurd had, konden we moeilijk
morgen in alle vroegte weer terug gaan. Daarom moesten we nog een tweede
nacht boeken. Lamin, die de omgeving wou zien, liet me weer een paar blaren op de voeten lopen. Af en toe gingen we zitten. Dan weer op een trapje bij een school, dan weer op een boomstam bij de rivier. Tenslotte gingen we weer naar de lodge, waar op de binnenplaats een paar tafels en stoelen stonden en het eten geserveerd werd. Na het eten liepen we nog een klein stukje. Al vroeg gingen we naar bed. De volgende morgen, na een uitgebreid ontbijt, liepen we naar de rivier. Daar gingen we een museum binnen. Daar werden vroeger slaven vastgehouden om later verder getransporteerd te worden. Het was tragisch. Daarna liepen we naar de andere hoek van de straat, waar Lamin met een vrouw praatte. Dan gingen we naar de kleine markt die er naast was. Lamin kocht een paar vissen en groente. Hij bracht dat eten naar de vrouw, die familie kon zijn, dacht ik. |
|
|
avond bij Georgetown |
![]() |
We gingen weer naar de boomstam aan de rivieroever. Daar gingen we zitten. Ik keek naar het kleine bootje, dat steeds met een paar mensen van de ene, naar de andere oever voer. Lamin wees naar een paar vogels die over ons heen vlogen. Hoe noemde de namen. Ik vond het vervelend hier. De hele dag hier op een boomstam zitten.
Ik vroeg wanneer we naar de steenformaties gingen. Lamin zei; "We gaan er niet heen, het is te ver weg." Ik vloog overeind en riep : " Je denk toch niet, dat ik een hoop betaald heb, om de hele dag hier in deze plaats te hangen. Ik wil die stenen zien !!" Met een boos gezicht stond hij op. We liepen naar de mini-veerpont. Daar praatte hij met de bootsman. Tenslotte konden wij ook instappen. Met nog een paar andere mensen voeren we naar de overkant. Daar zette Lamin mij in een klein busje. Hij ging verder vragen. Ik moest weer uit het busje. We liepen naar het eind van het straatje, waar een paar auto's reden. Een andere vrouw deed hetzelfde. Lamin praatte met haar. Een oude auto kwam voorbij. Die vrouw sprak met de chauffeur. |
|
bij de slager |
| Hij liet ons alle drie instappen. We reden over een zandweg waar veel gaten in zaten. Wij moesten weer uitstappen. De vrouw wees in de richting, waar we heen moesten lopen. Zij ging de andere kant uit. |
| Na een lange wandeling, kwamen we echt daar aan, waar ik heen wilde.
De omgeving was verlaten. We gingen een klein museum in, waar foto's van de stenen hier hingen. Ook die van Senegal en de Stone hedges. Daarna gingen naar buiten om de stenen zelf te zien. De meeste stonden in een kring. Ze leken op dikke sigaren. Elke kring had stenen, die bijna allemaal even groot waren. Het was toch verbluffend, dat de natuur zoiets kon bieden. Ik had gezien, waarvoor ik deze reis ondernomen had. We konden terug naar het kamp. Maar dat was niet zo eenvoudig. Eerst liepen we een heel eind, tot we in het plaatsje Wassu kwamen, Daar hoopte Lamin een lift terug te krijgen. Het plaatsje sliep. Niet eens een hond was te zien. Een paar kraampjes met groente en vis stonden op een rijtje. De eigenaren er van sliepen er in. Lamin deponeerde me tussen de vissen en zei dat ik wachten moest. In de buurt stond een verlaten vrachtwagen. |
|
|
Wassus-stenen bij Kuntar |
| Hij hoopte de chauffeur te vinden en dat die in de richting van Georgetown zou rijden. Geen chauffeur te vinden. Ik sliep ook al bijna tussen al die vissen, als ik een auto hoorde aankomen. Ik keek in de richting van waar het geluid kwam. |
![]() |
Het was niet te geloven.
Hier in het slapende stadje, kwam een grote rode Amerikaanse auto aangereden.
Twee pikzwarte macho's stapten uit. Om de hals droegen ze grove gouden kettingen. Ze waren in jeans en nike's gekleed. Ze gingen naar het restaurantje tegenover mij. Lamin volgde ze. Hij sprak met beiden en kwam teleurgesteld terug. Het zei die hij ze gevraagd had, ons naar de veerpont terug te brengen. Ze vroegen er teveel geld voor. Omdat we een tweede nacht in de lodge moesten betalen, hadden we bijna geen geld meer. Ik zei:" Dan wachter we maar verder" Dat deden we ook. Maar het leven in het plaatsje wilde maar niet terug keren. Nog maar eens liep Lamin naar de overkant en sprak weer met de macho's. Hij kwam weer naar buiten en rende bijna naar me toe. Hij zei dat ik komen moest. Ik was blij uit de vis verlost te worden, want ik had het gevoel al naar vis te stinken. We konden in de auto stappen. We lieten ons op de zachte kussens van de achterbank vallen. |
|
...dorpjes onderweg met stro hutten. |
| Een CD werd in de player
geschoven. Harde rapmuziek knalde oorverdovend. De jongens, die van de maffia konden afstammen, wilde met me praten, maar door de harde muziek kon ik niets verstaan. We reden over een binnenweg en scheurden langs dorpjes met strohutten. |
| Als ik mijn ogen dicht deed, zag ik Manhatten voor me. Waarom moest ik hier aan het einde van een armoedige wereld, aan een grote stad denken ? We kwamen toch nog in goede gezondheid bij het bootje aan, dat ons weer de rivier moest over brengen. Weer in |
![]() |
||||
|
|||||
![]() |
|||||
| groente
gebracht had. Daar sprak hij met haar. We liepen naar de lodge om onder
de douche te gaan omdat we rood van het zand waren geworden. Ik
beklaagde me er over dat ik geen shirt meer bij me had, omdat ik er geen
rekening mee had gehouden om twee nachten hier te moeten blijven. Hij gooide me een zwart shirt met de kop van Bob Marley toe. |
|||||
| Ik trok het aan. Zwart is niet mijn kleur, maar ik dacht toch stiekem, dat het me toch wel goed stond. Toen liepen we weer naar de rivier, richting het huisje van de vrouw van de groente en vis. |
| Daar mochten we op een plaatsje zitten en een
hout dak er boven, dat voor de schaduw zorgde. Daar kregen we groente en
vis geserveerd, die Lamin die ochtend gebracht had. Ik kon niet veel eten, maar de groente en rijst
smaakte goed. Lamin had zich met vis volgestopt. Na het eten gingen we weer lopen. We kwamen langs een bron. Daar het de geld voorraad erg krap was, vulde ik mijn lege fles met bronwater. Ik dacht, wat de mensen hier kunnen drinken, moet ik ook kunnen. Ik hoopte dat ik gelijk had. Voor we naar de lodge gingen trof Lamin bekenden op straat. Die zette stoelen buiten en lieten mij op een er van plaats nemen. Toen ging er iemand naar de winkel aan de overkant en bracht een paar flessen bier mee terug. We zaten op straat. We praten meten elkaar en het was erg gezellig. Later begaven we ons nog naar de lodge om een kaartje te leggen. De volgende morgen vroeg liepen we over de lange weg, dat uit rood zand |
|
| bestond, naar de veerpont op het andere eind van het eiland. We konden snel over de rivier naar het vaste land. Daar stond een bus die ons een stukje verder bracht. Toen moesten we overstappen op een andere bus, die zoals altijd overvol was. Iedereen |
![]() |
scheen het leuk te vinden. Na een paar kilometer gaf de bus de geest. Er werd wat geknoeid onder de motorkap.
De bus kon weer verder en de mensen lachten en praten vrolijk met elkaar. Weer een paar kilometer. En weer stond de bus stil. Nog steeds vond iedereen het leuk. Het was al middag geworden, als we een paar kilometer verder waren gekomen. Na elke paar kilometer bleef de bus staan. Intussen deden de vliegen zich te goed aan de wonden op mijn voeten. Ook een paar kippen wilden er aan gaan pikken. Ik probeerde ze weg te schoppen, voor zo ver als ik me bewegen kon. Het was al laat in de middag geworden. Nog steeds waren we niet veel verder. Toen we voor de zoveelste keer stil stonden, zag Lamin een taxi aan de andere kant van de weg staan. Hij klom over mij heen en sprong het raam uit. Hij sprak met de taxichauffeur en kwam nog chagrijniger terug als toen hij er heen ging. De taxi was te duur. Hij klom weer door het raam naar binnen en stootte |
|
(deze) familie kom je ook in Gambia tegen |
| daarbij zijn knie, die meteen begon te bloeden. Ah, weer konden we een stuk verder gaan. Maar opeens trapt de chauffeur op de rem, toen een paar vrouwen begonnen te gillen. Omdat ik in het midden opgepropt zat, wist ik niet wat er aan de hand was. |
| Uiteindelijk begreep ik dat de achterdeur was open gegaan en er was een baby uit
gevallen. Het kind werd opgehaald en was er met alleen wat schrammen, goed van af gekomen. We gingen weer verder. Intussen was de zon ondergegaan. Ik vroeg me |
||||||
![]() |
||||||
|
||||||
|
|
||||||
|
onderweg naar Kolili |
||||||
| praten. Hij kwam terug. Ik moest zijn tasje naar buiten gooien, toen de mijne en tenslotte mezelf. Ook dat ging niet zonder er een blauwe plek aan over te houden. Het was al goed donker toen we in Kolili | ||||||
| aankwamen. Ik was blij nog een stuk te moeten
lopen. Ik was bijna stokstijf. De volgende morgen stond ik om negen uur voor het hotel.
Ik gaf Lamin het geld voor de taxi, die hij nog betalen moest. Hij trok z'n schoen uit en liet me de zool zien, die hij openklappen kon. hij verlangde dat ik nieuwe schoenen voor hem kocht, omdat het mijn schuld was dat hij ze kapot gelopen had. Nu werd ik zeer boos. Ik schoot uit mijn slippers en hield mijn kapotte voeten, de een na de ander, zo dicht mogelijk bij zijn gezicht en riep: "Krijg ik van jou nieuwe voeten ? Het is jouw schuld dat ze helemaal kapot zijn!!" Ik stapte weer in mijn slipper en ging naar het zwembad. Ik haatte dit land, waar alles " No Problem" is. Maar in de middag trof ik iemand, die me vlinders in de buik deed voelen. De laatste twee en een halve week werden nog fantastisch....... |
|
|
|
|
Gambia. |
|
|
|
Joyce | |
|
|
||
| 095.2005/27.02.08 |