Homepage

Egypte - Sharm el Sheik
Foto's en tekst: Joyce Frey
Reistijd: februari 2009

 

 

De start vanaf Zürich leek een sprookje te zijn. We vlogen over mijn woonplaats Appenzel dat al lang onder dikke wolken verstopt ligt. De top van de Hohe Kasten, die op een kikkerkop lijkt, stak boven de wolken uit. Ook de Säntis en het

Alpsteinmassief waren te zien. Hun dikke laag sneeuw was zo wit als de wolken. De zon scheen door het raampje en verwarmde me. Ach, hoe zeer had ik de behoefde aan zon en warmte.

Na vier uur landde het vliegtuig in Sharm El Sheik. Het was al donker toen ik in hotel Helnan Marina aankwam.

Het ochtendwandelingetje maakte ik op de Naama Bay Boardwalk.
Deze kustpromenade is erg rustig. Aan beide kanten groeien palmen en bougenville in diversen kleuren. De wandeling van de ene kant naar de andere duurde ongeveer twintig minuten.

Daarna dook ik in de zee. Het water was al aangenaam warm en kristalhelder. Ik kon verschillende vissen onder me door zien zwemmen .


Naama Bay

De parallelstraat van de promenade, waar aan beide zijden terrassen zijn is overdag erg rustig. Maar avonds wemelt het van toeristen uit europa en de Arabische landen. Gemixte gezelschappen die allemaal het zelfde willen; vakantie maken!!


Naama Bay Boardwalk

Ook de dichtbij gelegen Sultan Quaboosstraat is zeer druk. Aan de ene kant zijn bedieningsrestaurants en aan de andere kant staan een hoop kleine winkeltjes. En daar zijn er overal heel veel van.

Van alle kanten komt harde muziek. Moderne en oriëntaalse tonen worden in je oren gemixt. Daar is ook een kleine bazaar. Ofschoon ik niets wilde kopen, liep ik er graag doorheen om daar een neus vol geur van de rookstaafjes die overal branden, op te nemen.

Met de tijd wisten de verkopers dat ik geen klant voor ze was. Maar ze vonden het toch leuk een babbeltje met me te hebben. Ik flaneerde elke avond alleen door de straten en heb nooit een gevoel van onveiligheid gehad.

Op een middag wilde ik naar de old market gaan en liep naar de taxistandplaats om me er heen te laten brengen. Met een taxichauffeur besprak ik de prijs en stapte in de auto. Een waanzinnige rit volgde. aan de snelheidsbeperking hield niemand zich


King of Bahrain str.

hier, er werd links en rechts ingehaald. Met een kloppend hart kwam ik na circa tien minuten aan.

De achterlijk razende chauffeur had meer geld van me gepikt dan afgesproken was. Ik kon ook nog niet zo goed overweg met de Egyptische pond.
  
Ik ging de winkels bekijken, die het zelfde aan te bieden hebben als die in de


Bazaar

Naama Bay. Aan een rotswand zijn twee kunstige watervallen gebouwd. Op een heuvel staan een paar plastiekboompjes met lichtjes er in. 's Avonds lijken ze op kerstbomen. Ik ging op een terrasje zitten om iets te drinken. Overal waren bloemen uit
plastik vast gemaakt. Hier is alles kunstmatig en kitscherig.
 

Terug ging ik met een verzameltaxi. Dat is veel goedkoper. Je kan overal aan de straatrand gaan staan om in en uit te stappen waar je wil. Ook deze chauffeur raasde en schoot van links naar rechts.
Het is maar goed dat in het grote toeristencentrum obstakels in de straat gebouwd  zijn. Want niemand die van zijn
auto houdt, rijd hier snel. Hier is het voor een voetganger ook eerder mogelijk over de straat te komen.

Dat deed ik ook op een hete middag om naar de Hussein Salem moskee te wandelen. De weg gaat langs veel nieuwe hotels. Toen ik  vier jaar geleden deze weg liep, was het nog aan de rand van de woestijn.
Ook aan de andere kant van de Naama Bay word een groot nieuw vakantie


Old Market

recreatiegebied gebouwd. Het word hier steeds groter en bonter. Verder op deze kant staat de Al Mustafa Moskee in een klein woonoord. In de nacht zijn de minaretten verlicht en zien er uit als de twintowers in Kuala Lumpur. Ik wandelde er eens heen.


Al Mustafa Moskee

Voor de port zaten zo als overal hier twee wachters. Ze wilden weten wat ik daar te zoeken had. Ik gaf te verstaan  alleen maar wandelen te willen. Ze lieten me verder gaan. Deze Moskee is erg mooi.

Een andere dag zat ik vroeg in de morgen in de lobby met een ontbijtpakket te wachten om de Sinai woestijn in te gaan. Toen we kompleet waren bleken we een groepje van zes personen te zijn die al vlug goed met elkaar konden opschieten .

De vaart ging door een gebied waar bergen erg dicht bij elkaar staan. Af en toe leek het een maanlandschap te zijn. Regelmatig moest de chauffeur zijn papieren aan eenzaam gelegene wachtposten laten zien. Ook wij moesten tweemaal onze pas en visum voor de dag halen.
We maakten een stop om het ontbijt te eten. Maar wij hadden het al in de bus

verslonden. Buiten was het fris. We waren blij weer in de warme bus te kunnen stappen. Hoe verder we kwamen hoe meer vrije ruimte en zandbodem lag tussen de bergen, die ook lichter van kleur zijn als de vorige. Hier leven bedoeïnen waarvan sommige,


 Catharina klooster

buiten kamelen, ook een Jeep bezitten.
Na 230 kilometer bereikten we het Catharina klooster, dat ongeveer vierhonderd jaar na christus gebouwd is. Een hoop mensen droegen een dikke winterjas. Als we uit de bus stapten, wisten we waarom.

Wij in onze dunne zomerjasjes kregen kippenvel.
Het was koud hier. In de nacht kan het zelfs vriezen.


Zeven zusters klooster

Voor de kapel moesten we wachten tot andere toeristen eruit kwamen. Als we eindelijk naar binnen konden gaan, bewonderde ik de vele zilveren olielampen die aan kettingen diep naar beneden hingen. Ook de ikonen aan de muren zijn indrukwekkend.

Wij moesten er uit om plaats voor anderen te maken. Voor de ikonengallerij ging het ook zo. Nu is nog voorseizoen. Hoe zal het er dan in het hoofdseizoen uit zien? Waarschijnlijk als een mierenhoop.

Na een goed middagmaal reden we naar het Zevennonnenklooster waarvan er nog maar vijf leven. Hier heerst het tegendeel van het Catharina klooster. Idyllische rust. Geen andere toerist was hier. Wij bekeken het kleine kapelletje. Het klooster bleef voor ons gesloten. Maar het was al een genot de prachtige tuin te bewonderen.
Midden in de woestijn zo veel verschillend groen te zien is bijna ongelooflijk.

De nonnen verkopen sinasappels en citroenen uit de eigen tuin. We bleven een poosje hier, want iedereen scheen deze plaats te mogen. Dan begon de lange weg terug langs de golf van Suez.


Tuin van de zusters

Tegen de avond kwamen we weer in Naama Bay aan. Deze dag had me weer een stukje onbekende wereld dichterbij laten komen, waarvan ik echt genoten had. Verdere dagen bracht ik door op het strand en met wandelingen.


Onderwaterwereld

Dan wilde ik toch de koralen zien. Daar ik geen zin had om te duiken of snorkelen, stapte ik zoals de meeste vakantiegangers op een van de glasboten die hier voor anker liggen. We moesten niet ver varen om de prachtige onderwaterwereld te zien.
Vissen in verschillende kleuren en maten zwommen om de koralen en planten. Het was erg fijn dit met droge voeten te bewonderen.

De mensen die niets gevonden hebben om zich te amuseren, vinden het misschien leuk de vliegtuigen, die laag hier over gaan, te tellen of raden waar ze vandaan komen.

Jammer genoeg gaat de mooiste tijd altijd te vlug. De dag om te vertrekken was aangebroken. Tot de middag lag ik aan het strand.
Dan moest de koffer gepakt worden en afscheid van vrienden nemen.

In de middag vloog ik naar Zürich en het was avond als ik aankwam. Het was ijskoud en sneeuwde.
De dag er op sneeuwde het zonder einde. Ik dacht, ”Welkom thuis”


 


Joyce

printversie

438.23.02.09